Energie in de Bijbel: Spiritueel gedoe of hebben we te snel geoordeeld? 

Energie in de Bijbel: Spiritueel gedoe, of hebben we te snel geoordeeld?

Van mijn ervaringen als kind tot Elia, Elisa en Jezus: over energie, kracht, handoplegging, lichamelijke reacties en de worsteling wanneer geloof en eigen ervaring met elkaar botsen.

In mijn vorige blogs schreef ik over religieus trauma en over wat religie met je lichaam kan doen. Over angst voor de dood en de hel, over gehoorzamen, jezelf aanpassen en leren dat je bepaalde gevoelens niet mocht hebben, omdat Gods wil nu eenmaal geschiedde. Over hoe zulke overtuigingen zich diep kunnen vastzetten en hoe je met je hoofd allang ergens anders kunt staan, terwijl je lichaam nog steeds reageert op wat je vroeger hebt geleerd.

Er is nog zo’n onderwerp waarbij ik diezelfde innerlijke strijd jarenlang heb gevoeld: Energie.

Voor mij begon dat namelijk helemaal niet toen ik later opleidingen ging volgen of lichaamsgericht ging werken. Als kind merkte ik al dat er iets in mijn handen gebeurde wanneer iemand pijn had. Ik legde mijn handen op de pijnlijke plek en regelmatig vertelde iemand daarna dat de pijn minder werd of zelfs verdwenen was. Soms in combinatie met massage. Ik had daar geen ingewikkelde theorie over, ik kende geen woorden als energetisch lichaamswerk of energiewerk en was al helemaal niet bezig met allerlei spirituele stromingen. Ik was gewoon een kind dat iets voelde in haar handen en daar vanzelfsprekend naar handelde.

Maar juist daar kreeg ik het heel moeilijk mee.

Mij werd ingeprent dat zoiets niet goed kon zijn. Dat het occult was, dat je er bij weg moest blijven en dat het van de duivel kwam. Als kind kun je daar eigenlijk geen kant mee op. Je eigen ervaring zegt het één, terwijl de volwassenen om je heen je vertellen dat je die ervaring niet mag vertrouwen.

Er was niemand die naast me ging zitten en vroeg: Wat voel je dan precies? Wat gebeurt er wanneer je je handen op iemand legt? Hoe ervaart die ander dat? Welke verklaringen zouden ervoor kunnen zijn? En wat staat er eigenlijk werkelijk in de Bijbel over aanraking, handoplegging, kracht en lichamelijke reacties?

Die ruimte was er niet.

Het antwoord lag eigenlijk al klaar voordat de vraag überhaupt gesteld mocht worden.

En ik denk dat juist daar een groot deel van mijn worsteling heeft gezeten. Niet eens alleen in wat ik voelde, maar in het feit dat iets wat voor mij heel natuurlijk voelde onmiddellijk verbonden werd aan angst. Als je als kind hoort dat iets wat in jou gebeurt van de duivel kan zijn, ga je niet alleen twijfelen aan die ervaring. Je gaat op een gegeven moment ook twijfelen aan jezelf.

Later merkte ik dat die tegenstelling nog steeds bestaat. Mensen hoeven het helemaal niet met mij eens te zijn over energetisch lichaamswerk, dat verwacht ik ook niet. Maar zeker binnen christelijke kringen kan het woord energie soms al genoeg zijn om iets direct als zweverig, occult of on-Bijbels weg te zetten. Soms wordt er geoordeeld over het werk dat je doet voordat iemand überhaupt heeft gevraagd wat dat werk inhoudt.

En juist daardoor ben ik zelf opnieuw gaan kijken.

Niet om koste wat kost te bewijzen dat energetisch lichaamswerk Bijbels is. Niet om Reiki of energetisch lichaamswerk ergens in een Bijbeltekst te proberen terug te vinden en ook niet om alles wat tegenwoordig spiritualiteit wordt genoemd automatisch goed te verklaren. Dat zou net zo kort door de bocht zijn.

Ik wilde iets anders weten.

Wat staat er werkelijk in de Bijbel over kracht, aanraking, handoplegging, adem en wat mensen in hun lichaam ervaren?

Toen ik dat opnieuw ging onderzoeken, bleek het verhaal veel minder zwart-wit dan ik vroeger had meegekregen.

Energie in de Bijbel: Staat dat woord er eigenlijk wel?

Het woord energie gebruiken wij tegenwoordig voor allerlei dingen. Voor lichamelijke energie, vermoeidheid, elektriciteit, sfeer, levenskracht en binnen sommige spirituele stromingen voor iets wat tussen of door mensen zou stromen. Je kunt al die betekenissen daarom niet zomaar op de Bijbel plakken.

Toch is het interessant dat in het Griekse Nieuwe Testament daadwerkelijk het woord energeia voorkomt. Daar is ons woord energie etymologisch mee verwant.

Energeia betekent zoiets als werkzaamheid, werking of een kracht die daadwerkelijk werkzaam is. Paulus gebruikt het bijvoorbeeld wanneer hij spreekt over de werking van Gods kracht, onder andere in Efeziërs 1 en Kolossenzen 1.

Dat betekent niet dat Paulus daarmee sprak over een energieveld zoals dat woord tegenwoordig soms wordt gebruikt. Dat zou te veel in de tekst lezen. Maar het betekent óók dat het idee van een werkzame kracht helemaal niet vreemd is aan de Bijbelse taal.

Daarnaast gebruikt het Nieuwe Testament het Griekse woord dynamis, dat kracht of vermogen betekent. Ons woord dynamiek is daarvan afgeleid. Juist dat woord wordt gebruikt in passages waarin over de kracht van Jezus wordt gesproken.

In Lucas 6 staat bijvoorbeeld dat mensen Jezus probeerden aan te raken, omdat er kracht van Hem uitging en mensen werden genezen.

Dat is geen moderne interpretatie. Dat staat daadwerkelijk in de tekst.

Adem, geest en leven liggen dicht bij elkaar.

Ook wanneer we kijken naar adem en geest wordt duidelijk hoe lichamelijk de Bijbelse taal eigenlijk is.

In Genesis 2 lezen we dat God de levensadem in de mens blaast en de mens daardoor een levend wezen wordt. Het Hebreeuwse woord dat daar voor levensadem wordt gebruikt is neshamah.

Op andere plaatsen, zoals in Ezechiël 37, komt het woord ruach voor. Dat woord kan afhankelijk van de context verwijzen naar wind, geest of adem. In het bekende visioen van de dorre beenderen spelen adem, geest en het terugkeren van leven voortdurend door elkaar heen.

In het Nieuwe Testament vinden we het Griekse woord pneuma, dat geest betekent en ook verwant is aan wind of adem.

En dan gebeurt er in Johannes 20 iets bijzonders. Jezus blaast over zijn leerlingen en zegt: “Ontvang de Heilige Geest.”

Ik vind dat een fascinerend beeld. Niet omdat we daar een ademtechniek van moeten maken, maar omdat lichaam, adem en geest hier veel minder van elkaar gescheiden worden dan wij tegenwoordig vaak doen.

Handoplegging begint niet bij Jezus.

Bij handoplegging denken veel mensen meteen aan Jezus of aan de apostelen, maar ook dat begint al veel eerder.

In Numeri 27 krijgt Mozes de opdracht zijn handen op Jozua te leggen wanneer Jozua hem als leider zal opvolgen. Daar gaat het niet om genezing, maar om aanstelling en bekrachtiging. In Deuteronomium 34 wordt daar opnieuw naar verwezen: Jozua wordt beschreven als vol van de geest van wijsheid, nadat Mozes zijn handen op hem had gelegd.

Handoplegging is dus geen moderne spirituele uitvinding en ook geen verschijnsel dat pas in het Nieuwe Testament ontstaat.

Maar nog opvallender vind ik de verhalen over Elia en Elisa.

Elia: Gebed én lichamelijk contact

In 1 Koningen 17 sterft de zoon van de weduwe van Sarefat. Elia neemt het kind mee naar boven, legt hem op zijn eigen bed en roept tot God.

Daarna gebeurt iets heel lichamelijks. Elia strekt zich drie keer over het lichaam van het kind uit en bidt dat het leven in de jongen mag terugkeren. Vervolgens wordt beschreven dat de jongen weer tot leven komt.

Ik zeg daarmee niet dat Elia een vorm van energetische behandeling uitvoerde. Dat staat er niet, de tekst schrijft het herstel toe aan God. Maar wat er óók niet staat, is alleen een profeet die ergens op afstand een gebed uitspreekt.

Er is gebed én lichamelijke nabijheid.

Elisa: Mond op mond, ogen op ogen, handen op handen.

Bij Elisa wordt het nog veel concreter. In 2 Koningen 4 sterft de zoon van de Sunamitische vrouw, Elisa gaat de kamer binnen, sluit de deur achter zich en bidt tot God. Daarna legt hij zich op het kind. De tekst beschrijft het heel precies: Mond op mond, ogen op ogen en handen op handen.

En vervolgens wordt er iets heel concreets over het lichaam van de jongen gezegd: Het lichaam wordt warm. Elisa staat daarna weer op, loopt heen en weer door het huis, keert terug en strekt zich opnieuw over de jongen uit. Daarna niest de jongen zeven keer en opent hij zijn ogen.

Dat blijft voor mij een bijzondere passage.

Niet omdat ik daar bewijs in zie voor energetisch lichaamswerk, want dat is niet wat de tekst zegt. Maar juist omdat dit gedeelte laat zien hoe snel we tegenwoordig kunnen zeggen dat lichamelijke aanraking, warmte of iets dat door aanraking gebeurt “niet Bijbels” zou zijn, terwijl de Bijbel zelf een wonder beschrijft waarin gebed, zeer direct lichamelijk contact, warmte en het terugkeren van leven allemaal in hetzelfde verhaal voorkomen.

En dan komt er later nóg een bijzonder verhaal over Elisa.

Zelfs de beenderen van Elisa.

In 2 Koningen 13 is Elisa inmiddels overleden. Tijdens een begrafenis ziet een groep mensen plotseling een bende plunderaars aankomen, ze werpen de overleden man haastig in het graf van Elisa. Wanneer het lichaam van die man de beenderen van Elisa raakt, komt de man weer tot leven en gaat hij rechtop staan.

Dat is misschien een van de vreemdste verhalen uit dit hele onderwerp.

Er staat geen uitgebreide theologische verklaring bij. Er wordt niet uitgelegd welk proces er plaatsvindt en er wordt al helemaal geen mechanisme beschreven dat wij tegenwoordig wetenschappelijk of energetisch kunnen analyseren. De tekst vertelt simpelweg wat er gebeurde.

En juist daarom vind ik het interessant.

Blijkbaar bevat de Bijbel zelf gebeurtenissen waarvan wij het mechanisme niet kunnen verklaren, zonder dat de tekst daarom onmiddellijk zegt dat lichamelijk contact verdacht is.

Jezus en de vrouw die Hem aanraakt.

In het Nieuwe Testament wordt de relatie tussen aanraking en kracht nog duidelijker. In Marcus 5 lezen we over een vrouw die al twaalf jaar bloedverlies heeft. Ze heeft van Jezus gehoord en denkt dat ze alleen maar zijn kleding hoeft aan te raken. Ze komt tussen de mensen door, raakt zijn kleding aan en merkt dat er iets verandert. Maar het interessantste vind ik wat er daarna staat;

Jezus merkt zelf dat er kracht van Hem is uitgegaan. Hij draait zich om en vraagt wie Hem heeft aangeraakt. Zijn leerlingen vinden die vraag bijna vreemd, omdat er een hele menigte tegen Hem aandringt. Iedereen raakt Hem immers aan, maar Jezus bedoelde iets anders.

En in Lucas 6 vinden we opnieuw zo'n beschrijving. Daar staat dat de mensen Hem allemaal probeerden aan te raken, omdat er kracht van Hem uitging.

Het Griekse woord dat daar gebruikt wordt is dynamis: kracht, vermogen. Er wordt gesproken over aanraking én over kracht die van iemand uitgaat.

Jezus legde ook zelf zijn handen op mensen.

Daarnaast legt Jezus op verschillende plaatsen zijn handen op mensen. Soms bij genezing, soms bij zegen. Later zien we die handoplegging ook terug bij de apostelen. In Handelingen worden handen opgelegd bij gebed, bij het ontvangen van de Heilige Geest en bij genezing en bekrachtiging.

Ook daar moet je voorzichtig mee blijven. Dat betekent niet automatisch dat iedere moderne methode waarbij iemand zijn handen gebruikt daarmee Bijbels is. Maar hetzelfde geldt andersom. Je kunt ook niet zeggen dat handoplegging, lichamelijke aanraking of het ervaren van kracht automatisch occult is, alleen omdat iemand daar tegenwoordig het woord energie bij gebruikt.

Daarvoor is de Bijbel zelf veel te rijk aan voorbeelden.

En dan het lichaam zelf: Beven, trillen en kracht verliezen

Vanuit mijn huidige werk vind ik misschien nog wel iets anders heel interessant: hoe vaak de Bijbel beschrijft dat mensen lichamelijk reageren op angst, verdriet, ontzag of een intense geestelijke ervaring.

Want wanneer iemand tijdens lichaamsgericht werken ineens begint te trillen, diep gaat zuchten, warmte of kou voelt, emotioneel wordt of merkt dat er ergens iets verandert, kan dat enorm indrukwekkend zijn. Zeker wanneer je van huis uit hebt meegekregen dat alles wat je niet kunt verklaren gevaarlijk kan zijn. Maar beven en trillen zijn allesbehalve onbekend in de Bijbel.

Daniël beschrijft in Daniël 10 een heel sterke lichamelijke reactie tijdens een visioen. Hij vertelt dat alle kracht uit hem verdwijnt, dat hij krachteloos wordt en uiteindelijk bevend op handen en knieën terechtkomt. Vervolgens wordt hij aangeraakt, die aanraking helpt hem weer overeind en uiteindelijk kan hij opnieuw spreken.

Als je alleen kijkt naar wat er lichamelijk wordt beschreven, is dat behoorlijk intens: krachtverlies, lichamelijk bezwijken, beven, aanraking en daarna weer kunnen staan.

Dat betekent niet dat Daniël hier een traumaontlading ondergaat zoals wij die tegenwoordig zouden beschrijven. Dat kunnen we simpelweg niet uit de tekst concluderen, maar de lichamelijke reactie staat er wel.

Habakuk, Jeremia en David voelen het in hun lichaam.

Habakuk beschrijft iets vergelijkbaars. In Habakuk 3 vertelt hij dat zijn lichaam beeft, zijn lippen trillen en zijn benen het bijna begeven wanneer hij hoort wat er gaat gebeuren. Jeremia schrijft dat zijn hart gebroken is en dat zijn beenderen beven. David beschrijft in Psalm 55 hoe zijn hart in hem krimpt, doodsangst hem overvalt en angst en beven over hem komen. In Psalm 119 wordt zelfs gesproken over een lichaam dat beeft van ontzag.

En ook in het Nieuwe Testament verdwijnen zulke lichamelijke reacties niet. De vrouwen die het lege graf van Jezus verlaten worden in Marcus beschreven als bevend en ontzet. In Handelingen 16 komt de gevangenbewaarder bevend naar Paulus en Silas toe.

De redenen verschillen, soms gaat het om angst, soms schrik, soms ontzag en soms een overweldigende ervaring.

Daarom moeten we ook niet andersom gaan redeneren en zeggen: Kijk, dit bewijst dat trillen altijd betekent dat energie of trauma wordt losgelaten, dat weten we niet. In een latere blog zal ik de wetenschap erbij gaan nemen, maar wat we wel kunnen zeggen, is dat een lichaam dat reageert op wat iemand emotioneel, geestelijk of psychologisch meemaakt helemaal niet vreemd is binnen de Bijbelse verhalen.

Misschien hebben wij lichaam en geloof verder uit elkaar gehaald.

Hoe meer ik dit lees, hoe meer mij opvalt dat wij lichaam, geest en emotie misschien verder uit elkaar hebben gehaald dan de Bijbel zelf doet.

Wij maken graag vakjes.

Een lichamelijke reactie hoort bij het lichaam. Angst hoort bij psychologie. Geloof hoort bij je geestelijke leven. Energie hoort volgens sommigen weer bij spiritualiteit en is occult. Maar in de Bijbel loopt het voortdurend door elkaar. Angst laat benen trillen, verdriet wordt in het lichaam gevoeld.

Een overweldigende ervaring kan alle kracht uit iemand laten verdwijnen. Mensen leggen hun handen op elkaar. Adem wordt verbonden met leven en geest, een lichaam wordt warm.

En bij Jezus wordt letterlijk beschreven dat kracht van Hem uitgaat wanneer iemand Hem aanraakt. En toch kan bij sommige christenen alleen het woord energie al genoeg zijn om de deur dicht te gooien. Dat vind ik inmiddels misschien nog wel het interessantste onderdeel van deze hele zoektocht.

Want wat doe je als niemand je helpt om het te begrijpen?

Dat is de vraag waar ik zelf als kind mee zat, al kon ik hem toen nog niet zo formuleren. Wat doe je als je iets voelt waarvoor je geen woorden hebt? Wie legt je uit wat er gebeurt als de mensen van wie je verwacht dat ze je helpen direct zeggen dat het occult is? Waar moet je heen met je vragen wanneer de conclusie al vaststaat voordat iemand naar je ervaring heeft geluisterd?

Ik heb daar lange tijd mee geworsteld. Want als iets dat voor jou vanzelfsprekend voelt vervolgens wordt verbonden aan het kwaad of occult, ontstaat er niet alleen angst voor wat je doet. Er kan ook angst ontstaan voor iets in jezelf.

En precies daarom raakt dit onderwerp voor mij zo sterk aan religieus trauma.

Een kind maakt namelijk niet het volwassen onderscheid: “Deze mensen interpreteren mijn ervaring vanuit hun eigen theologische overtuigingen.”

Een kind denkt eerder: “Er zal dus iets mis met mij zijn.”

En zo kan iets wat ooit onbevangen begon, langzaam verbonden raken aan schuld, schaamte en angst.

Ook nu kan dat oordeel nog hard zijn.

Later, toen ik mij verder ontwikkelde in lichaamsgericht en energetisch werken, merkte ik dat diezelfde tegenstelling nog steeds bestond. Er zijn christenen die energetisch lichaamswerk onmiddellijk afwijzen. Soms zonder te vragen wat je precies doet, wat je bedoelt met energie of hoe een sessie eruitziet. Alleen het woord kan al voldoende zijn:

- Occult

- Niet van God

- Van de duivel

En ik vind het inmiddels belangrijk om daar onderscheid in aan te brengen.

Een christen mag vanuit zijn of haar eigen geloof zeggen: “Dit past niet bij mijn overtuiging en daarom kies ik er niet voor.” Daar kan ik prima mee leven.

Maar dat is iets anders dan tegen een ander zeggen dat wat diegene doet duivels is, zonder eerst werkelijk te onderzoeken wat diegene doet en waarop dat oordeel gebaseerd is.

Want juist als we de Bijbel als uitgangspunt nemen, zouden we ook eerlijk moeten durven kijken naar de teksten die misschien minder makkelijk in onze bestaande overtuigingen passen.

Onderzoeken betekent niet dat je alles hoeft te geloven

Dat ik hier nu anders naar kijk, betekent niet dat ik kritiekloos alles accepteer wat onder spiritualiteit wordt aangeboden.

Integendeel, ik geloof juist in onderscheidingsvermogen.

Niet iedere lichamelijke klacht heeft een energetische oorzaak. Niet iedere ervaring heeft een spirituele betekenis. Niet iedere methode is goed onderbouwd en niet iedereen die zichzelf healer of therapeut noemt werkt zorgvuldig. Wanneer iemand lichamelijke klachten heeft kan medische beoordeling nodig zijn en psychische problemen vragen soms om professionele psychologische of psychiatrische hulp.

Ook tijdens lichaamswerk kan veel simpelweg fysiologisch verklaard worden. Aanraking, aandacht, ademhaling en ontspanning kunnen invloed hebben op spierspanning en het zenuwstelsel. Trillen hoeft niet mystiek te zijn en warmte hoeft niet automatisch iets spiritueels te betekenen.

Maar nieuwsgierigheid is iets anders dan goedgelovigheid en nieuwsgierigheid is óók iets anders dan angst.

Voor mij zit daar tegenwoordig de ruimte. Ik hoef niet meer onmiddellijk te besluiten wat iets is en ik kan onderzoeken.

- Wat gebeurt er in mijn lichaam?

- Wat weten we daar wetenschappelijk over?

- Wat weet ik nog niet?

- Wat zegt de Bijbel werkelijk en wat is later door mensen als interpretatie toegevoegd?

En misschien nog wel het belangrijkste: Komt mijn reactie voort uit wat er nú gebeurt, of hoor ik ergens vanbinnen nog wat mij vroeger is geleerd?

Niet iedere overtuiging van een ander hoeft opnieuw in mijn lichaam te gaan wonen

Dat is voor mij een belangrijk deel van wat heling na religieus trauma betekent. Niet dat ik mezelf afsluit voor kritiek, ik wil mezelf juist kunnen blijven bevragen.

Maar ik hoef niet meer iedere overtuiging die iemand met veel zekerheid uitspreekt als waarheid over mezelf aan te nemen. Iemand anders mag zeggen: “Dit past niet binnen mijn geloof.” Maar ik hoef daarvan niet meer te maken: “Er is dus iets mis met mij.” Dat verschil lijkt misschien klein, maar voor mij is het enorm. Want daar waar ik vroeger onmiddellijk aan mezelf begon te twijfelen, kan ik nu onderzoeken zonder mezelf kwijt te raken.

Je lichaam hoeft geen vijand van je geloof te zijn

Misschien gaat deze blog daarom uiteindelijk helemaal niet over de vraag of energetisch lichaamswerk christelijk is. Dat is voor mij eigenlijk te klein geworden. Het gaat over de vraag waarom we soms zo bang zijn geworden voor iets wat we niet onmiddellijk kunnen verklaren.

Het gaat over de vraag waarom woorden als energie of lichaamswerk soms direct zoveel weerstand oproepen, terwijl dezelfde Bijbel spreekt over levensadem, werkzame kracht, handoplegging, mensen die beven, lichamen die warm worden, profeten die zich over kinderen uitstrekken en Jezus die merkt dat er kracht van Hem uitgaat wanneer iemand Hem aanraakt.

Dat betekent niet dat al die dingen hetzelfde zijn, dat is juist niet wat ik wil zeggen.

Maar misschien betekent het wel dat we voorzichtiger mogen worden met absolute uitspraken.

Niet alles wat we niet begrijpen is automatisch niet van God. Maar ook niet alles wat we niet begrijpen is automatisch van de duivel. Misschien mogen we soms gewoon eerst onderzoeken.

Voor mij begon die zoektocht bij een meisje dat haar handen op iemand legde wanneer diegene pijn had. Een meisje dat iets in haar handen voelde, merkte dat mensen daar soms verlichting bij ervoeren en vervolgens leerde dat ze daarvoor bang moest zijn omdat dit van de duivel was en occult.

Dat meisje had niet nodig dat iemand haar vertelde dat ze een bijzondere gave had, maar ze had ook niet nodig dat iemand haar vertelde dat er iets duisters in haar zat.

Ze had iemand nodig die naast haar ging zitten en zei: Vertel eens, Wat voel je? Wat gebeurt er? Laten we samen kijken.

Daarom geef ik haar die ruimte nu alsnog. Niet door op iedere vraag een antwoord te hebben, maar door eindelijk niet meer bang te zijn om de vraag te stellen.

De volgende blog en deel 9: Deel 9 Edelstenen en mineralen in de Bijbel: Versiering, symboliek of meer?

Praktijk Innersense in Maurik

Anne Marie Appeldoorn