Religieus Trauma Syndroom: wat als geloof angst in plaats van veiligheid heeft gebracht? 



Over Marlene Winell, angst voor de hel, schuld en schaamte, het verliezen van oude zekerheden en opnieuw leren vertrouwen op jezelf


In het eerste deel van deze serie schreef ik al over religieus trauma, over angst, gehoorzaamheid, schuld en wat bepaalde religieuze boodschappen met je kunnen doen, daarna ging mijn zoektocht steeds verder, naar wat er werkelijk in de Bijbel staat, naar verschillende christelijke tradities en uiteindelijk naar wat langdurige angst en aanpassing ook lichamelijk kunnen betekenen. Toch bleef er nog één begrip liggen dat eigenlijk een eigen blog verdient: Religieus Trauma Syndroom, vaak afgekort tot RTS.


Ik vind het belangrijk om daar meteen iets bij te zeggen, RTS is geen officiële psychiatrische diagnose zoals PTSS dat is en staat niet als afzonderlijke stoornis in de DSM of ICD. De term werd vooral bekend door de Amerikaanse psycholoog Marlene Winell, die woorden zocht voor patronen die zij zag bij mensen die waren opgegroeid binnen sterk dogmatische of autoritaire religieuze systemen, of die probeerden daaruit los te komen. Niet iedere negatieve kerkervaring is trauma, niet iedereen die streng religieus is opgevoed ontwikkelt klachten en religie zelf is niet automatisch schadelijk, geloof kan juist veel troost, verbinding, zingeving en veiligheid geven. Maar wat gebeurt er wanneer geloof vooral verbonden raakt met angst, wanneer gehoorzaamheid belangrijker wordt dan zelf leren voelen en denken, of wanneer twijfel niet simpelweg betekent dat iemand het met je oneens is, maar dat je ziel, je eeuwige bestemming of zelfs je veiligheid op het spel lijkt te staan?


Voor mij begint daar de vraag achter RTS.


Marlene Winell: van religieuze opvoeding naar religieus trauma
Ook bij Marlene Winell vind ik haar eigen achtergrond belangrijk, juist omdat haar werk niet begon vanuit iemand die van buitenaf naar religie keek. Zij groeide op in een gezin van christelijke zendelingen, binnen een sterk evangelisch-christelijke omgeving, en beschreef later hoe dat geloofskader in haar jeugd eigenlijk het vanzelfsprekende wereldbeeld was. Tijdens haar verdere ontwikkeling begon zij steeds meer vragen te stellen en uiteindelijk nam zij afstand van het fundamentalistische geloof waarin zij was opgegroeid, waarbij zij merkte dat zo’n verandering veel verder ging dan simpelweg besluiten dat je iets niet meer gelooft.


Ze ging zich professioneel verdiepen in menselijke ontwikkeling en psychologie, werkte later met mensen die moeite hadden met de gevolgen van een strenge religieuze achtergrond en schreef uiteindelijk Leaving the Fold, over het verlaten van fundamentalistische religie en het opnieuw opbouwen van een eigen leven. Vanuit haar werk ontstond ook de term Religious Trauma Syndrome, een naam voor de combinatie van klachten en ontregeling die volgens haar kan ontstaan door een sterk controlerend religieus systeem en door het proces van daaruit loskomen.

 


Juist dat vind ik interessant, iemand kan een kerk verlaten, een bepaalde leer ter discussie stellen of zijn geloof totaal anders gaan vormgeven en tegelijkertijd ontdekken dat het oude systeem nog veel langer in hem doorwerkt.


Je kunt iets niet meer geloven en er nog steeds bang voor zijn.


Ik schreef eerder al over de angst voor de hel, over gehoorzamen, over Gods wil en over hoe zwaar het kan wegen wanneer je als kind leert dat bepaalde gedachten of keuzes niet alleen verkeerd zijn, maar mogelijk gevolgen hebben voor je verhouding met God en uiteindelijk zelfs voor de eeuwigheid. Met mijn volwassen hoofd kan ik daar inmiddels heel anders naar kijken, ik kan historische context onderzoeken, verschillende theologische interpretaties naast elkaar zetten en zien dat wat mij ooit als dé Bijbelse waarheid werd verteld soms vooral één interpretatie binnen één bepaalde geloofstraditie was.
Maar dat betekent niet dat alle oude angst automatisch tegelijkertijd verdwijnt.


Je kunt rationeel niet meer geloven in een bepaald godsbeeld en toch spanning voelen wanneer je ertegenin gaat, je kunt weten dat je geen straf krijgt omdat je vragen stelt en toch merken dat er iets in je reageert,  dat je zenuwstelsel nog reageert, je kunt begrijpen dat een dominee geen bovennatuurlijke macht over jouw leven heeft en toch geraakt worden door een oude vervloeking, je kunt niet meer geloven dat iedere tegenslag een straf of teken van God is en toch voelen hoe snel ergens die oude vraag opkomt: heb ik iets verkeerd gedaan?


Winell beschrijft bij mensen uit sterk controlerende religieuze systemen onder andere angst voor de hel, schuld, negatieve overtuigingen over zichzelf, zwart-witdenken, perfectionisme en moeite met zelfstandig beslissingen nemen, patronen die soms blijven bestaan terwijl de overtuiging zelf al veranderd is. Daarom gaat religieus trauma voor mij niet alleen over wat iemand tegenwoordig gelooft, maar ook over wat iemand ooit heeft geleerd dat er gebeurt wanneer hij níét gelooft.


Wanneer God onderdeel wordt van het alarmsysteem.


Binnen veel andere relaties kun je afstand nemen van degene voor wie je bang bent, bij religieuze angst ligt dat anders, wanneer je als kind leert dat God alles ziet, je gedachten kent en uiteindelijk beslist over je eeuwige bestemming, bestaat er niet echt een plek waar je buiten dat gezag kunt gaan staan. Als je vervolgens ook leert dat je eigen hart je kan misleiden, dat je verstand je op een dwaalweg kan brengen of dat twijfel misschien het werk van de duivel is, wordt zelfstandig onderzoeken ingewikkeld, want op welk kompas mag je dan nog vertrouwen?


Daar kan iets ontstaan waarbij je steeds meer leert vertrouwen op externe autoriteit en steeds minder op je eigen waarneming, gevoel en beoordeling. Voor een volwassene klinkt de zin je mag zelf nadenken misschien vanzelfsprekend, voor een kind dat heeft geleerd dat de verkeerde gedachte eeuwige consequenties kan hebben ligt dat veel ingewikkelder.


Daar raakt schuld ook gemakkelijk aan schaamte, niet alleen ik heb iets verkeerd gedaan, maar er is iets verkeerd aan mij, niet alleen ik twijfel aan een uitleg, maar wat zegt mijn twijfel over mijn geloof, niet alleen ik wil iets anders, maar ben ik ongehoorzaam? Wanneer zulke vragen steeds verbonden worden aan het hoogste denkbare gezag, God zelf, kan gewone menselijke onzekerheid een enorme lading krijgen.


Angst voor de hel is niet zomaar een theoretische overtuiging.


Ik denk dat mensen die nooit werkelijk met angst voor de hel zijn opgegroeid soms onderschatten wat dat voor een kind kan betekenen, het gaat dan niet over een interessant theologisch gesprek over het hiernamaals, maar over de mogelijkheid dat jijzelf, je ouders, je kinderen of mensen van wie je houdt voor eeuwig verloren zouden kunnen gaan. Daar kun je als kind niet eenvoudig rationeel afstand van nemen, zeker niet wanneer de volwassenen die jij vertrouwt die overtuiging eveneens als waarheid bevestigen.
Wanneer je later begint te twijfelen aan het geloof waarin je bent opgegroeid, verdwijnt die dreiging niet noodzakelijk meteen. Het verlaten of opnieuw vormgeven van een geloofssysteem kan zelfs opnieuw ontregelend zijn, omdat naast de oude overtuigingen ook je identiteit, je sociale omgeving en je gevoel van zekerheid kunnen verschuiven.


Daarom is het veel ingewikkelder dan: Dan geloof je dat toch gewoon niet meer? Want wie ben je wanneer je jarenlang hebt geleerd dat je identiteit voor een groot deel bepaald wordt door wat je gelooft?
Wanneer je niet alleen een geloof verliest, maar een hele wereld?


Iemand die afstand neemt van een religieuze gemeenschap kan veel meer verliezen dan een wekelijkse kerkdienst, familiebanden kunnen veranderen, vriendschappen kunnen verdwijnen, vertrouwde rituelen vallen weg en vragen over huwelijk, seksualiteit, opvoeding, dood, goed en kwaad en de betekenis van het leven moeten misschien opnieuw worden bekeken. Zelfs taal kan veranderen, woorden als genade, zonde, roeping, gehoorzaamheid, afvalligheid, redding en oordeel kunnen jarenlang een bepaalde betekenis hebben gehad en ineens moet je zelf gaan bepalen wat je ermee doet.


Dat kan bevrijdend zijn en tegelijkertijd ontzettend eenzaam, je kunt opgelucht zijn dat je vrijer bent gaan denken en rouwen om de zekerheid die je bent kwijtgeraakt, je kunt boos zijn over dingen die gebeurd zijn en toch heimwee voelen naar de gemeenschap waarin je bent opgegroeid, je kunt bepaalde leerstellingen afwijzen en toch geraakt worden door een psalm, een kerkgebouw of een lied dat je als kind zong. Die dingen hoeven elkaar niet uit te sluiten.


En wat als je het geloof helemaal niet wilt verlaten?


Dat vind ik een van de belangrijkste nuances in dit onderwerp, religieus trauma betekent niet automatisch dat iemand atheïst moet worden, de kerk moet verlaten of afscheid moet nemen van God. Ik heb zelf ook niet simpelweg alles achter mij gelaten, ik begeleid nog steeds kerkdiensten als organist, alleen denk en beleef ik God op een hele andere manier dan anderen, luister ik nu anders naar de woorden die gezongen en gesproken worden.


Waar veel liederen vroeger misschien gewoon werden meegezongen omdat ze bekend en vertrouwd waren, merk ik nu veel beter op wat er eigenlijk gezongen wordt, vooral wanneer teksten gaan over mijn ziel, mijn verlangen, mijn angst, mijn hoop of mijn verhouding tot God.

Waar anderen misschien klakkeloos een lied meezingen, merk ik juist dat ik woorden over mijn ziel nu veel bewuster hoor en voel, en dat ervaar ik misschien wel als een van de grootste verrijkingen van mijn hele zoektocht. Ik hoor de woorden niet alleen meer, ik ervaar veel beter wat ze met mij doen, wat mij raakt en waar iets schuurt.


Soms raakt een lied mij daardoor veel dieper dan vroeger, soms hoor ik ineens een tekst waarvan ik denk dat ik die jarenlang totaal anders heb begrepen en soms merk ik juist dat bepaalde woorden oude lagen aanraken. Het verschil is dat ik ze nu niet meer klakkeloos hoef over te nemen, ik mag luisteren, voelen, onderzoeken en zelf ontdekken wat woorden voor mij betekenen.


Mijn zoektocht heeft mijn behoefte aan zingeving dus niet weggehaald, maar mijn beeld van geloof wel veranderd. Daarom vind ik het belangrijk om religieus herstel niet te verwarren met religie verlaten. Voor de ene persoon betekent herstel volledig afscheid nemen van religie, voor een ander betekent het een andere geloofsgemeenschap zoeken, opnieuw leren lezen, bepaalde dogma’s loslaten of juist ontdekken dat er binnen het christendom veel meer ruimte en verscheidenheid bestaat dan ooit werd verteld.


Herstel mag dus ook betekenen dat je geloof terugvindt, maar zonder de angst die er ooit omheen is gebouwd, misschien zelfs met meer diepgang, omdat je niet meer alleen herhaalt wat je ooit hebt geleerd, maar bewuster gaat luisteren, voelen en onderzoeken.


Religieus trauma, geloofsstress en kerkpijn zijn niet allemaal hetzelfde.


Ik vind het ook belangrijk om onderscheid te maken tussen geloofsstress, kerkpijn en religieus trauma, niet iedere pijnlijke ervaring hoeft meteen trauma genoemd te worden. Er kunnen negatieve ervaringen zijn in een kerk, langdurige spanning door bepaalde geloofsboodschappen, verlies van vertrouwen in religieuze leiders of werkelijk traumatische ervaringen, en die zijn niet automatisch hetzelfde.
Inge Bosscha schrijft daar in Mantel van angst – Als religie onderdrukt, beschadigt of traumatiseert heel invoelbaar over, vanuit haar eigen achtergrond en de vele verhalen die zij van anderen heeft gehoord. Wat ik daar vooral uit meeneem, is dat iets wat vanuit liefde, bescherming of zorg bedoeld wordt toch beschadigend kan uitwerken.


Een ouder kan vanuit oprechte liefde waarschuwen voor de hel, een dominee kan werkelijk denken dat hij iemand voor afvalligheid probeert te behoeden en een geloofsgemeenschap kan strenge regels zien als bescherming, maar intentie en uitwerking zijn niet hetzelfde, de bedoeling kan liefde zijn terwijl het effect angst wordt.


Schuld en schaamte kunnen je eigen kompas overnemen.


Een van de patronen die ik zelf steeds interessanter ben gaan vinden, is het verschil tussen schuld en schaamte. Schuld kan gezond zijn wanneer je werkelijk iets hebt gedaan waarmee je iemand hebt beschadigd, je voelt dat, neemt verantwoordelijkheid en probeert het zo mogelijk te herstellen, maar wanneer schuld voortdurend wordt gekoppeld aan gewone menselijke gevoelens, verlangens en vragen kan er iets anders ontstaan.


Boos worden voelt verkeerd, een grens stellen voelt egoïstisch, niet onmiddellijk kunnen vergeven voelt slecht, seksualiteit voelt zondig, jezelf belangrijk vinden voelt hoogmoedig en een andere mening hebben voelt ongehoorzaam, en uiteindelijk kan ik heb iets verkeerd gedaan ongemerkt veranderen in ik bén verkeerd.


Wanneer je voortdurend controleert of je wel goed genoeg bent, is dat niet alleen een religieuze of theologische kwestie, het kan ook een manier van leven worden, altijd scannen, altijd controleren, altijd proberen het juiste te doen en misschien nauwelijks nog weten wat je zelf eigenlijk vindt of voelt.


Daar sluit voor mij ook het vorige deel over het lichaam en zenuwstelselregulatie op aan, want wanneer je jarenlang hebt geleerd dat je eigen gevoel onbetrouwbaar is, kan opnieuw leren voelen wat er in jezelf gebeurt een belangrijk onderdeel worden van het terugvinden van je eigen kompas.


Zelf leren kiezen kan verrassend moeilijk zijn.


Wanneer je bent opgegroeid met duidelijke regels lijkt vrijheid van buitenaf misschien alleen maar prettig, niemand vertelt je meer wat je moet doen, dus nu kun je gewoon zelf kiezen. Maar zelf kiezen is óók een vaardigheid.


Wanneer belangrijke beslissingen vroeger steeds langs een religieuze meetlat werden gelegd, kan de vraag wat wil ik eigenlijk onverwacht ingewikkeld zijn. Mag ik op mijn gevoel vertrouwen, is wat ik voel intuïtie, angst, egoïsme of verleiding, maak ik een keuze omdat hij werkelijk bij mij past of ben ik nu juist tegen mijn opvoeding aan het rebelleren?


Je kunt zo gewend raken aan de vraag of iets goed of fout, toegestaan of verboden is, dat je nooit hebt geleerd om te onderzoeken of iets gezond, veilig, wederkerig of passend voor jou is.


Daar zie ik ook een duidelijke verbinding met lichaamsgericht werken, grenzen en zenuwstelselregulatie, niet omdat je lichaam automatisch alle antwoorden heeft, maar omdat opnieuw leren waarnemen wat er in jezelf gebeurt een deel kan zijn van het herstellen van dat eigen kompas. Niet langer alleen vragen wat mag ik, maar ook wat doet dit met mij, wat heb ik nodig, waar ligt mijn grens en welke keuze past bij de mens die ik nu ben?


Herstel betekent voor mij niet een nieuw dogma vinden.


Misschien is dat wel een van de grootste risico’s wanneer je uit een heel strak systeem komt, dat je onmiddellijk op zoek gaat naar een nieuw systeem dat opnieuw alle antwoorden voor je heeft. Ik merk juist dat mijn zoektocht mij steeds minder behoefte heeft gegeven aan mensen die zeggen: Zo zit het en niet anders.


Ik wil kunnen onderzoeken, kunnen zeggen dat ik iets niet weet en nieuwe informatie toelaten zonder meteen alles wat ik eerder dacht weg te hoeven gooien, ik wil mijn mening ook mogen veranderen wanneer ik iets nieuws leer. 


Voor iemand die geleerd heeft dat waarheid één vastomlijnd pakket is dat verdedigd moet worden, kan het verdragen van onzekerheid misschien wel een van de grootste vormen van vrijheid zijn. Dat betekent niet dat niets meer waar zou zijn of dat alles relatief wordt, het betekent voor mij vooral dat ik niet langer hoef te doen alsof mijn menselijke interpretatie hetzelfde is als absolute goddelijke zekerheid.


Misschien begint herstel met het teruggeven van verantwoordelijkheid.


Religieus Trauma Syndroom is geen officiële diagnose en ik wil het ook niet gebruiken als etiket dat we zomaar op iedereen plakken die een moeilijke kerkelijke ervaring heeft gehad, maar ik begrijp wel waarom Marlene Winell behoefte had aan een naam. Wanneer mensen jarenlang denken dat zij de enigen zijn die bang worden van bepaalde Bijbelteksten, schuld voelen bij gewone keuzes of hun eigen gedachten niet vertrouwen, kan herkenning veel betekenen.


Soms helpt een begrip niet omdat het precies vastlegt wie je bent, maar omdat het woorden geeft aan iets wat daarvoor alleen als verwarring bestond.


Voor mij ligt daar ook de verbinding met deze hele blogserie, ik ben niet op zoek naar bewijs dat religie slecht is en ook niet naar een nieuw systeem dat mij vertelt wat ik voortaan moet geloven. Ik wil uitleggen  en begrip geven wat van mij is en wat mij of anderen is aangeleerd, welke Bijbelse teksten werkelijk zeggen wat ik dacht dat ze zeiden en welke betekenissen er later omheen zijn gebouwd, waarom mijn hoofd bepaalde overtuigingen allang kon loslaten terwijl mijn lichaam soms nog reageerde en hoe ik opnieuw kan kiezen vanuit bewustzijn in plaats van angst.


Misschien is dat uiteindelijk een belangrijk deel van herstel na een streng religieus systeem, dat de verantwoordelijkheid voor je innerlijke wereld langzaam weer bij jezelf mag komen liggen, niet omdat je alles alleen moet weten en ook niet omdat geloof geen plaats meer mag hebben, maar omdat geloof dat alleen kan bestaan wanneer jij bang genoeg bent om geen vragen te stellen voor mij iets anders is geworden dan werkelijk vertrouwen.


Ik stel nu juist vragen, omdat ik niet langer geloof dat waarheid bang hoeft te zijn voor onderzoek, en misschien is dat voor mij wel de grootste verschuiving van allemaal.

 

In deel 6 gaan we verder met het onderwerp: Deel 6 Onveilige hechting en religieus trauma: Wat gebeurt er wanneer ze elkaar versterken?


Verder lezen
Marlene Winell – Leaving the Fold
Over het psychologische proces van loskomen van een fundamentalistische religieuze omgeving, het opnieuw leren vertrouwen op jezelf en het opbouwen van een eigen identiteit.
Inge Bosscha – Mantel van angst – Als religie onderdrukt, beschadigt of traumatiseert
Over geloofsstress, kerkpijn en religieus trauma, en over wat er kan gebeuren wanneer religie niet alleen veiligheid en verbinding geeft, maar ook angst en onderdrukking veroorzaakt.


Over de boekenlinks op deze pagina


Mijn blogs kun je gratis lezen en staan bewust niet achter een betaalmuur, omdat ik het belangrijk vind om mijn ontwikkeling, visie, ervaringen en kennis op een laagdrempelige manier te delen. Sommige links naar boeken op deze pagina zijn affiliate-links, wanneer je via zo’n link een boek koopt ontvang ik daarvoor een kleine vergoeding, voor jou verandert de prijs niet en je betaalt dus niets extra. Door een boek via één van deze links aan te schaffen, steun je indirect mijn werk en de tijd en aandacht die ik in het onderzoeken, lezen, schrijven en delen van deze blogs steek.


Wil je na het lezen verder verdiepen, begeleiding ontvangen in een individuele sessie of kennismaken met mijn programma Bedding?

Kijk dan verder op mijn website voor de mogelijkheden of neem contact met mij op.

 

Praktijk Innersense Maurik

 

Anne Marie Appeldoorn