Hebben we misschien maar één versie van het christendom geleerd?
Hebben we misschien maar één versie van het christendom geleerd?
Over de ‘ware kerk’, mijn zoektocht door verschillende christelijke stromingen, de Koptisch-Orthodoxe Kerk, echtscheiding, Luther en Calvijn en christelijke geschiedenis die ik vroeger nauwelijks kende
In mijn vorige blog schreef ik over heilige huisjes, religieuze angst. Mijn zoektocht naar geloof zelf begon echter al veel eerder, lang voordat ik mij ging verdiepen in trauma, het zenuwstelsel of lichaamsgericht werken. Eigenlijk begon die zoektocht toen mijn eigen leven niet meer bleek te passen binnen het geloofskader waarin ik was opgegroeid.
Ik groeide op binnen een vrij strenge protestants-gereformeerde omgeving, waarin niet alleen werd geloofd dat de Bijbel de waarheid bevat, maar waarin ook sterk het besef leefde dat juist onze kerk die waarheid en de Bijbelse leer werkelijk vasthield. Zelfs andere kerken binnen de gereformeerde gezindte konden als te licht worden gezien, bijvoorbeeld omdat zij volgens die opvatting het aanbod van genade te ruim maakten. Evangelisch, katholiek of andere vormen van christendom stonden nog veel verder weg. Als kind of jongere denk je daar niet voortdurend kritisch over na, dit is de wereld waarin je opgroeit en daarmee wordt het ook je referentiekader voor wat waar, veilig en Bijbels is.
Dat begon stevig te botsen toen ik mijn latere ex-man leerde kennen.
Of hij eruit, of ik eruit!
Mijn ex-man was wel degelijk christelijk, hij was Koptisch-Orthodox. Maar binnen de kerk waarin ik was opgegroeid, werd dat niet gezien als de juiste christelijke leer. Orthodox en katholiek werden grotendeels in hetzelfde vakje geplaatst, niet zuiver Bijbels, dwaalleer en soms werd over dergelijke geloofsvormen zelfs gezegd dat ze van de duivel waren.
Het probleem was dus niet dat ik een relatie had met iemand die niet in Jezus geloofde, het probleem was dat hij volgens de maatstaven van mijn omgeving niet op de juiste manier geloofde. Onze eigen kerk was de ware kerk, daar werd de leer volgens de Bijbel nog werkelijk vastgehouden, en je verbond jezelf niet zomaar met iemand die daarbuiten stond.
Thuis kwam het uiteindelijk neer op: of hij eruit, of ik eruit.
De dominee kwam bij mij op mijn kamer praten. Juist zijn eigen geschiedenis is mij altijd bijgebleven, omdat hij zelf pas op latere leeftijd christen was geworden, als zeeman had gevaren en tatoeages uit zijn eerdere leven droeg. Dat zeg ik niet om hem daarop te beoordelen, maar omdat het contrast mij toen al bezighield: Iemand kon zelf een hele levensweg hebben afgelegd voordat hij tot geloof kwam, maar voor mijn vragen was op dat moment nauwelijks ruimte. Ik moest terug naar mijn ouders, want ik zou mijn ouders niet eren wanneer ik dat niet deed. Er werden Bijbelteksten en Bijbelse verhalen aangehaald over het niet vermengen met andere volken, alsof daarmee ook duidelijk was dat mijn relatie verkeerd was.
Ik moest gehoorzamen, terug naar mijn ouders en accepteren dat deze relatie niet binnen de juiste Bijbelse weg paste. Maar ik stelde vragen;
Waar staat Nederland eigenlijk in de Bijbel beschreven, vroeg ik. Hoe vaak komt Egypte voor? Als het werkelijk om verschillende volken gaat, wat betekent dat dan voor ons eigen geloof in Jezus? Jezus was een Jood uit het Midden-Oosten, vanuit Nederlands perspectief geloven wij dus allemaal in iemand uit een ander volk, een andere cultuur en een ander deel van de wereld, een buitenlander! Hoe kan ik dan aan de ene kant mijn hele geloof bouwen rondom een Joodse man uit het Midden-Oosten en aan de andere kant horen dat mijn relatie problematisch is omdat mijn partner uit een andere achtergrond en christelijke traditie komt?
De dominee werd woedend, hij vervloekte mij letterlijk. Ook drie andere jongens die de kerk verlieten werden vanaf de kansel in dat oordeel betrokken. Binnen ongeveer vijf jaar waren die drie jongens door ongelukken overleden.
Als ik daar nu naar kijk, weet ik natuurlijk dat hun overlijden geen bewijs is dat de woorden van een dominee hun dood hebben veroorzaakt. Een opeenvolging van tragische ongelukken bewijst geen vloek of goddelijk oordeel. Maar zo rationeel werkt angst niet wanneer je als kind bent opgegroeid met het idee dat afvalligheid, ongehoorzaamheid en Gods oordeel werkelijk met elkaar verbonden kunnen zijn.
Het joeg mij angst en beven aan. Had de dominee dan toch gelijk gehad? Waren zij gestorven omdat zij de kerk hadden verlaten? Was ik ook een afvallige? Wat zou er dan met mij gebeuren? Wanneer zou ik sterven?
Dat soort gedachten laten ook zien waarom religieuze angst zoveel dieper kan gaan dan alleen een verschil van mening over theologie. Wanneer iemand die voor jou geestelijk gezag vertegenwoordigt namens God lijkt te spreken, kan zijn oordeel zich vermengen met je beeld van God zelf.
Wanneer bescherming een mantel van angst wordt
Juist daarom raakt het boek Mantel van angst – Als religie onderdrukt, beschadigt of traumatiseert van Inge Bosscha mij binnen deze zoektocht. Bosscha schrijft over geloofsstress, kerkpijn en religieus trauma, vanuit haar eigen ervaringen en duizenden verhalen van kerkgangers en kerkverlaters. Haar boek onderzoekt juist wat er kan gebeuren wanneer dingen die vanuit geloof, bescherming of liefde worden gezegd en gedaan tegelijkertijd angst, beschadiging of onderdrukking veroorzaken.
Dat onderscheid vind ik belangrijk, want religieuze beschadiging hoeft niet te betekenen dat alle betrokken mensen bewust kwaad wilden doen. Mijn ouders, de kerk en misschien ook die dominee konden vanuit hun eigen overtuiging werkelijk denken dat zij mij beschermden tegen een verkeerde leer en daarmee uiteindelijk tegen iets wat mijn ziel in gevaar zou brengen.
Maar de intentie van degene die spreekt en de uitwerking van zijn woorden op degene die ze ontvangt, zijn niet hetzelfde.
Je kunt iemand uit liefde waarschuwen en tegelijkertijd angst zaaien. Je kunt denken dat je Gods waarheid verdedigt, terwijl de ander leert zichzelf niet meer te vertrouwen. Je kunt zeggen dat iets uit de Bijbel komt, terwijl jouw uitleg van die tekst sterk gevormd is door de kerkelijke traditie waarin jij zelf bent opgegroeid.
Misschien begon daar bij mij één van de belangrijkste vragen van mijn hele geloofsontwikkeling: Waar eindigt God en waar begint wat mensen mij over God hebben geleerd?
Wat betekende ‘je niet vermengen met andere volken’ eigenlijk?
Ook die uitspraak ben ik later anders gaan bekijken. Er staan in het Oude Testament inderdaad passages waarin Israël wordt gewaarschuwd om geen huwelijken aan te gaan met bepaalde volken, maar wanneer je de context leest, gaat het daarbij nadrukkelijk over het gevaar dat Israël andere goden zou gaan dienen. Het is iets anders dan een algemeen Bijbels verbod op een relatie tussen twee mensen van verschillende nationaliteiten of etnische achtergronden. En dezelfde Bijbel vertelt ook over Ruth, een Moabitische vrouw die onderdeel wordt van Israël en uiteindelijk zelfs in de afstammingslijn van Jezus terechtkomt.
Dat werd voor mij een patroon. Hoe vaker ik een uitspraak die mij als eenvoudige Bijbelse waarheid was geleerd in de bredere context ging bekijken, hoe vaker ik ontdekte dat het ingewikkelder lag. Mijn geloof verdween daardoor niet, maar mijn vanzelfsprekende vertrouwen in de gedachte dat één kerkelijke interpretatie automatisch hetzelfde was als de Bijbelse waarheid begon wel af te brokkelen.
Toen ik een veel oudere christelijke wereld binnenstapte
In de eerste jaren van mijn huwelijk kwam ik via mijn ex-man intensief in aanraking met de Koptisch-Orthodoxe Kerk. Daar zag ik dingen die totaal niet pasten binnen het protestants-gereformeerde kader waarmee ik was opgegroeid: Abouna's (vader/pastoor van de kerk), priesters, monniken, heiligen, iconen, wierook, uitgebreide liturgie, vasten, olie, zalving, handoplegging en rituelen. Vanuit mijn oude gereformeerde bril voelde dat aanvankelijk al snel ‘katholiek’ en daarmee verdacht. Totdat ik ontdekte dat ook die indeling veel te simpel was.
De Koptisch-Orthodoxe Kerk is niet rooms-katholiek. Zij behoort tot de Oriëntaals-Orthodoxe kerken en vertegenwoordigt een zeer oude Egyptische christelijke traditie. Daardoor keek ik ineens naar een vorm van christendom die al vele eeuwen bestond voordat Luther en Calvijn überhaupt geboren waren.
Dat zette mijn denken verder op zijn kop. Niet alleen omdat ik erover las, maar omdat ik het zelf meemaakte.
In Egypte ben ik bij verschillende momenten rondom gebed en genezing aanwezig geweest, waarbij handoplegging onderdeel was van wat er gebeurde, er olie werd gebruikt en ik ook heb meegemaakt dat mensen in doeken werden gewikkeld waarbij olie een rol speelde. Er werd gebeden, aangeraakt en gezalfd en genezing zag ik, wat voor artsen in Nederland onmogelijk leek.
Mijn protestants-gereformeerde gedachtegoed werd daar eerlijk gezegd behoorlijk omver geflikkerd.
Dit waren geen mensen die zichzelf als New Age, occult of alternatief beschouwden, dit waren christenen binnen een eeuwenoude kerkelijke traditie. En ineens zag ik daar dingen terug waarvoor ik vanuit mijn eigen achtergrond juist had geleerd op mijn hoede te zijn.
Toen ik vervolgens opnieuw in de Bijbel ging kijken, werd mijn verwarring eigenlijk alleen maar groter, want zalving met olie staat gewoon in het Nieuwe Testament, in Jakobus wordt gesproken over gebed voor zieken en zalving met olie, in Marcus lezen we dat leerlingen zieken met olie zalfden en handoplegging komt op verschillende plaatsen terug. Dat betekent niet dat ieder Koptisch ritueel rechtstreeks uit één Bijbelvers voortkomt en ook niet dat iedere moderne vorm van energetisch lichaamswerk daarmee automatisch hetzelfde is als christelijke handoplegging. Maar mijn eenvoudige schema hield niet meer stand.
Protestants is Bijbels en lichamelijke rituelen zijn verdacht, bleek vooral een bril te zijn waarmee ik had geleerd te kijken.
En toen werd Egypte zelf ineens interessant
Dat Maria en Jozef met Jezus naar Egypte vluchtten kende ik natuurlijk uit Matteüs, maar binnen de Koptische Kerk heeft dat verblijf een veel grotere betekenis dan ik vanuit mijn Nederlandse kerkelijke achtergrond kende. Rond de reis van de Heilige Familie bestaat een uitgebreide Egyptisch-christelijke traditie, waarbij verschillende plaatsen in Egypte met hun verblijf worden verbonden.
Daarbij vind ik het belangrijk om onderscheid te blijven maken tussen wat in het canonieke Evangelie van Matteüs staat en wat later in de Koptische overlevering is ontstaan. Matteüs vertelt dát zij naar Egypte vluchtten, de precieze route, verblijfsplaatsen en de verhalen die in Egypte aan allerlei locaties verbonden zijn, kunnen historisch niet allemaal op dezelfde manier worden vastgesteld.
Maar voor mijn eigen ontwikkeling was vooral één ding belangrijk: Ik ontdekte hoeveel christelijke geschiedenis er bestond waarvan ik helemaal niets wist. Ik had geleerd andere kerken te beoordelen vanuit mijn eigen traditie, terwijl ik hun eigen geschiedenis en theologie nauwelijks kende.
Na mijn scheiding ging ik nog breder zoeken
Na mijn scheiding stopte die zoektocht niet, integendeel. Ik kwam in evangelische gemeenten, verdiepte mij in katholieke tradities en kwam ook terecht bij een nieuwtestamentisch-joodse gemeenschap. Iedere stroming keek weer vanuit een andere hoek naar teksten die ik dacht te kennen.
En juist mijn scheiding werd één van de duidelijkste voorbeelden van hoe groot die verschillen kunnen zijn. Mijn ex-man had aantoonbaar overspel gepleegd. Vanuit de Koptisch-Orthodoxe Kerk werd tegen mij gezegd dat ik daardoor wel degelijk mocht scheiden. Dat sluit aan bij de officiële kerkelijke lijn zowel bij de Koptische-Orthodoxe kerk als in de protestantse en gereformeerde gezindte waarin overspel een grond is voor een kerkelijke echtscheiding en waarbij een eventuele toestemming om opnieuw te trouwen apart wordt onderzocht.
Vanuit protestantse en gereformeerde kringen werd ondanks de officiële kerklijn mij juist sterk meegegeven dat hertrouwen niet was toegestaan, want een huwelijk was voor het leven. Ook in evangelische kringen kwam ik die strikte uitleg tegen.
Daarbij wil ik tegenwoordig wel genuanceerd blijven: Niet iedere protestantse, gereformeerde of evangelische kerk denkt hierover hetzelfde. Maar dit waren de boodschappen waarmee ik geconfronteerd werd. En dan wordt theologie ineens geen interessante discussie meer.
Het gaat over je leven.
De ene christelijke kerk keek naar het aantoonbare overspel en zei dat er ruimte was voor echtscheiding, terwijl andere christenen vanuit dezelfde Bijbel tegen mij zeiden dat ik niet opnieuw mocht trouwen.
Hoe kon dat?
‘Gij zult niet scheiden’ bleek geen zelfstandig Bijbels gebod
Ik had die boodschap zo vaak gehoord dat ‘gij zult niet scheiden’ bijna ging klinken alsof het rechtstreeks tussen de Tien Geboden stond. Maar toen ik verder ging onderzoeken, ontdekte ik dat die formulering daar helemaal niet staat.
Jezus zegt in Matteüs 19 en Marcus 10 dat wat God heeft samengevoegd door een mens niet gescheiden moet worden, maar Hij zegt dat midden in een gesprek. De farizeeën vragen Hem in Matteüs niet simpelweg of een huwelijk ooit mag eindigen, zij vragen of een man zijn vrouw om allerlei redenen mag verstoten. Dat verschil werd voor mij belangrijk. Want Jezus was geen Nederlandse gereformeerde theoloog die tweeduizend jaar later deelnam aan onze kerkelijke discussie, Hij was Joods en sprak tegen Joodse gesprekspartners vanuit een wereld waarin de Torah hun gezamenlijke referentiekader vormde.
Het artikel Echtscheiding – Mag een man zijn vrouw verstoten? van Zwi Sadan hielp mij om die context beter te begrijpen. Sadan plaatst de vraag uit Matteüs 19 tegen de achtergrond van Deuteronomium 24 en de oude Joodse discussie over welke gronden een man had om zijn vrouw weg te sturen. Hij bespreekt daarbij onder andere het verschil tussen de rabbijnse scholen van Hillel en Shammai, waarbij de uitleg over geoorloofde redenen voor echtscheiding sterk uiteenliep. (yeshuahatorah.com) Het liet mij zien hoeveel originele context verloren kan gaan wanneer een complete discussie wordt teruggebracht tot één zin.
Want de scheidbrief staat gewoon in de Bijbel
Deuteronomium 24 bespreekt een situatie waarin een man zijn vrouw wegstuurt en haar een scheidingsbrief geeft. Het is geen aanbeveling om te scheiden, maar de tekst erkent wel dat echtscheiding bestaat en regelt wat vervolgens in die situatie gebeurt. Ook Jezus verwijst in het gesprek over echtscheiding naar Mozes. Hij zegt dat Mozes echtscheiding toestond vanwege de hardheid van het menselijke hart en brengt zijn gesprekspartners vervolgens terug naar het oorspronkelijke ideaal van verbondenheid uit Genesis. Maar dat is nog steeds iets anders dan zeggen: er bestaat onder geen enkele omstandigheid ruimte voor echtscheiding of hertrouwen.
Juist Matteüs bevat bovendien een uitzondering rond seksuele ontrouw, terwijl Paulus in 1 Korintiërs 7 ook weer andere situaties rondom het uiteenvallen van een huwelijk bespreekt.
Dat begon voor mij het verschil zichtbaar te maken tussen een Bijbeltekst en de samenvatting die wij er later van kunnen maken, vooral tussen:
‘God zegt dit.’
en:
‘Binnen onze kerkelijke traditie leggen wij deze Bijbelteksten zo uit.’
Dat zijn niet automatisch dezelfde uitspraken, daarmee veranderde ook mijn eigen zoektocht.
Ik wilde niet meer alleen weten welke kerk heeft gelijk? Ik wilde weten wat er werkelijk stond, tegen wie het gezegd werd, in welke taal en historische situatie, wat de Joodse achtergrond was en hoeveel van onze huidige overtuigingen voortkomen uit latere interpretatie en wanneer je één onderwerp op die manier gaat onderzoeken, komen vanzelf andere onderwerpen langs.
Handoplegging, genezing, olie, de Heilige Geest, vrouwen, seksualiteit, de hel, vergeving, kerkelijk gezag, mystiek en uiteindelijk zelfs de vraag hoe onze Bijbel en ons beeld van het vroege christendom tot stand zijn gekomen. Daarmee kwam ik ook opnieuw uit bij Luther en Calvijn.
Luther en Calvijn deden zelf iets wat behoorlijk radicaal was
Binnen een protestants-gereformeerde traditie kun je gemakkelijk vergeten hoe revolutionair de reformatoren zelf ooit waren. Luther en Calvijn accepteerden juist niet klakkeloos dat een eeuwenoude kerkelijke uitleg automatisch hetzelfde was als de waarheid. Ze wilden terug naar de bronnen, Luther werkte voor zijn vertaling van het Nieuwe Testament vanuit de Griekse tekst, waaronder Erasmus' uitgave, en gebruikte voor het Oude Testament Hebreeuws; onderzoek naar zijn vertaalwerk laat juist zien hoe serieus hij zich met de oorspronkelijke talen bezighield.
Ook bij Calvijn stond hij midden in een zestiende-eeuwse humanistische ontwikkeling waarin ad fontes, terug naar de bronnen, belangrijk werd. Voor Bijbeluitleg betekende dat dat alleen Latijn niet langer voldoende was en dat Grieks en Hebreeuws een steeds grotere plaats kregen.
Daar heb ik juist respect voor, maar vervolgens ontstond bij mij een vraag die ik vroeger nooit stelde:
Konden Luther en Calvijn eigenlijk alles weten?
Natuurlijk niet, niet omdat ze dom waren of hun werk niet serieus namen, maar omdat ze in de zestiende eeuw leefden. Ze beschikten alleen over de bronnen die op dat moment bekend en toegankelijk waren. En sommige bronnen die wij tegenwoordig kennen, waren letterlijk nog niet teruggevonden.
Nag Hammadi: Teksten die Luther en Calvijn nooit hebben gezien
In 1945 werd in Egypte bij Nag Hammadi een verzameling oude codices ontdekt met tientallen teksten. Daaronder bevinden zich geschriften als het Evangelie van Thomas, het Evangelie van Filippus en het Evangelie der Waarheid.
De gevonden manuscripten zelf stammen grotendeels uit de vierde eeuw en zijn in het Koptisch overgeleverd, maar verschillende werken gaan terug op oudere Griekse teksten en tradities uit de eerste eeuwen van het christendom. Het Evangelie van Thomas was bovendien al vóór de ontdekking van de volledige Koptische tekst gedeeltelijk bekend uit Griekse papyrusfragmenten uit Oxyrhynchus.
Ook hier vind ik het belangrijk om niet meteen naar een nieuw uiterste te gaan. De Nag Hammadi-geschriften zijn niet simpelweg ‘de ware Bijbel die de kerk voor ons verborgen heeft gehouden’, zoals je tegenwoordig soms online leest. De verzameling bestaat uit verschillende teksten uit verschillende tradities en perioden, en zij verkondigen ook niet allemaal dezelfde leer. Maar het andere uiterste, doen alsof ze niets betekenen omdat ze niet in onze Bijbel staan, vind ik net zo gemakkelijk.
Ze laten namelijk zien dat christenen en andere religieuze groepen in de eerste eeuwen veel breder discussieerden over Jezus, God, schepping, kennis, verlossing, lichaam en geest dan ik vroeger ooit had meegekregen. Harvard beschrijft bijvoorbeeld hoe al lang vóór de moderne ontdekking bekend was dat dergelijke alternatieve evangeliën en christelijke opvattingen circuleerden, omdat vroegkerkelijke schrijvers er juist tegen polemiseerden.
En het Evangelie van Thomas dan?
Een van de bekendste teksten uit Nag Hammadi is het Evangelie van Thomas, een verzameling van 114 uitspraken die aan Jezus worden toegeschreven. Sommige daarvan lijken sterk op uitspraken uit de canonieke evangeliën, andere kennen we daar niet uit.
Wanneer precies de tekst in zijn uiteindelijke vorm ontstond, is nog steeds onderwerp van wetenschappelijke discussie. De gevonden Koptische versie is laat, terwijl er oudere Griekse fragmenten bestaan en onderzoekers verschillende dateringen hebben voorgesteld, onder andere in de vroege tweede eeuw.
Daarmee kunnen we dus niet zomaar zeggen dat het Evangelie van Thomas ‘in de tijd van Jezus is geschreven’.
Maar we kunnen evenmin doen alsof het een moderne fantasie is. Het hoort bij de wereld van het vroege christendom en juist dat vind ik interessant. Niet omdat ik nu een nieuwe Bijbel of leer zoek. Maar omdat ik begon te beseffen dat de eerste eeuwen van het christendom helemaal niet zo overzichtelijk waren als ik vroeger dacht.
Misschien hebben we van kerkgeschiedenis een veel te rechte lijn gemaakt
Onbewust had ik lange tijd ongeveer dit beeld: Jezus kwam, de apostelen vertelden Zijn boodschap verder, het Nieuwe Testament ontstond, daarna was er de kerk, de kerk raakte op allerlei punten van het juiste spoor af, Luther en Calvijn brachten de Bijbel weer centraal en uiteindelijk kwam je ongeveer uit bij de traditie waarin ik zelf was opgegroeid.
Hoe meer ik ging lezen, hoe moeilijker het werd om die rechte lijn vol te houden.
Er waren vanaf de eerste eeuwen discussies over Jezus, theologie en gezag. Er ontstonden verschillende christelijke tradities in Egypte, Syrië, Armenië, Ethiopië, Rome, Constantinopel en vele andere plaatsen. Er waren concilies, conflicten en scheuringen, teksten werden gelezen, bestreden, bewaard of verdwenen uit beeld en eeuwen later kwamen sommige daarvan door archeologische vondsten opnieuw boven water.
En ineens werd de gedachte dat één Nederlandse gereformeerde kerk na bijna tweeduizend jaar precies de complete oorspronkelijke christelijke waarheid in handen zou hebben voor mij veel moeilijker vol te houden. Niet omdat daarmee alles relatief wordt, maar omdat geschiedenis mij nederiger maakte.
Misschien betekent ‘terug naar de bronnen’ juist dat we niet bij de Reformatie stoppen.
Dat vind ik misschien wel het interessantste aan Luther en Calvijn. Wanneer het uitgangspunt werkelijk ad fontes is, terug naar de bronnen, waarom zouden we dan in de zestiende eeuw ophouden?
Sindsdien zijn er teksten en handschriften beschikbaar gekomen die zij niet kenden, onze kennis van het vroege Jodendom en de wereld waarin Jezus leefde is gegroeid, taalwetenschap en archeologie zijn verder ontwikkeld en we hebben toegang gekregen tot Koptische en andere vroegchristelijke geschriften waarvan zij eenvoudigweg niet konden weten wat wij nu weten.
Dat bewijst niet dat Luther en Calvijn ongelijk hadden. En het bewijst al helemaal niet dat Nag Hammadi automatisch gelijk heeft. Het betekent alleen dat niemand alles wist. Ook onze grootste theologen niet. En misschien is dat juist een gezonde gedachte binnen geloof.
Ik hoef niet meer te weten welke kerk alles goed heeft
Door de jaren heen ben ik binnen verschillende vormen van christendom gaan kijken. Protestantse en gereformeerde gezindten, de Koptisch-Orthodoxe Kerk, evangelische gemeenten, katholieke tradities en een nieuwtestamentisch-joodse gemeenschap, allemaal hebben ze mij iets laten zien.
En allemaal hebben ze ook vragen bij mij opgeroepen.
Ik hoef inmiddels niet meer te besluiten dat één stroming daarom alles goed heeft en de rest alles fout.
Ik kan erkennen wat mijn protestants-gereformeerde achtergrond mij heeft gebracht en tegelijkertijd zien waar angst en een sterk exclusief waarheidsbesef mij hebben beperkt. Ik kan geraakt worden door wat ik binnen de Koptische Kerk heb ervaren zonder iedere Koptische overtuiging over te nemen, ik kan iets leren uit katholieke tradities zonder katholiek te worden en ik kan via een Joodse uitleg ineens een historische context ontdekken die in mijn christelijke opvoeding nauwelijks aan bod kwam.
Ik kan Luther en Calvijn waarderen zonder te doen alsof twee mannen uit de zestiende eeuw alle bronnen konden kennen die de mensheid ooit nog zou vinden en ik kan Nag Hammadi lezen zonder het óf onmiddellijk te veroordelen óf tot nieuwe waarheid te verheffen.
Misschien is dat voor mij één van de grootste veranderingen geweest:
Ik mag onderzoeken zonder dat onderzoek automatisch afvalligheid betekent.
En dan denk ik opnieuw aan die dominee
Soms komt dat oude beeld nog terug, ik op die kamer, tegenover een dominee die mij vertelt wat er volgens God van mij wordt gevraagd, en ik die vragen stel waarop eigenlijk geen vragen mochten volgen.
Waar staat Nederland in de Bijbel? Waarom zou een Koptisch-Orthodoxe christen geen echte christen zijn?Hoe kan een geloof dat is ontstaan in het Midden-Oosten gebruikt worden om mij te vertellen dat iemand uit een andere achtergrond of traditie niet bij mij mag horen? En dan denk ik ook aan zijn vervloeking, aan die drie jongens en aan de angst die later ontstond toen zij alle drie door ongelukken overleden.
Nu kan ik zeggen: Hun overlijden bewijst niets over die vervloeking. Het bewijst niets dat ik afvallige ben.
Maar de jonge vrouw die ik toen was wist dat niet met dezelfde zekerheid, die zat bevend van angst in Egypte toen ze het laatste bericht kreeg. Zij had geleerd dat God straft, dat afvalligheid gevaarlijk is en dat geestelijke autoriteiten iets konden zeggen wat veel groter was dan alleen hun persoonlijke mening.
Precies daarom vind ik het werk van Inge Bosscha zo belangrijk binnen deze serie. Mantel van angst geeft taal aan wat er kan ontstaan wanneer angst en geloof zo met elkaar vervlochten raken dat het moeilijk wordt om nog onderscheid te maken tussen God, de Bijbel, kerkelijke interpretatie en menselijke macht. De uitgever beschrijft het boek expliciet als een werk over geloofsstress, kerkpijn en religieus trauma, gebaseerd op Bosscha's eigen ervaringen en duizenden verhalen van anderen.
Mijn zoektocht heeft mijn geloof daarom niet simpelweg afgebroken, ze heeft vooral veel menselijke zekerheden eromheen afgebroken.
Misschien heb ik niet het christendom geleerd, maar één versie ervan
Wanneer ik nu terugkijk, is dat misschien wel mijn belangrijkste conclusie.
Mij is als kind niet simpelweg het christendom geleerd. Mij is een bepaalde versie van het christendom geleerd, gevormd door de Nederlandse gereformeerde geschiedenis, door de Reformatie, door bepaalde Bijbelinterpretaties, door taal, cultuur en generaties mensen die oprecht overtuigd waren dat zij de waarheid bewaakten. Dat maakt wat ik heb meegekregen niet waardeloos, maar het maakt het ook niet tot het volledige christendom. Het christendom blijkt veel groter, ouder, cultureel diverser en historisch ingewikkelder dan het kader waarmee ik ooit begon.
En misschien is mijn geloof daardoor juist eerlijker geworden. Ik hoef een vraag niet meer als bedreiging te zien. Ik hoef een onbekende traditie niet meer onmiddellijk in het vakje ‘fout’ of ‘van de duivel’ te stoppen. Ik mag vragen wat er werkelijk staat, wie een tekst schreef, tegen wie die werd uitgesproken, wat de historische context was en hoe andere christenen diezelfde tekst door de eeuwen heen hebben begrepen. Ik mag ook zeggen dat ik iets nog niet weet, dat heb ik vroeger misschien wel het moeilijkst gevonden.
Want wanneer er maar één ware uitleg bestaat en jouw eeuwige bestemming ervan afhangt of jij daarbij hoort, is twijfel gevaarlijk. Wanneer geloof ruimte krijgt voor onderzoek, kan twijfel ineens ook het begin zijn van verdieping.
Mijn geloofskader begon op deze manier al veel eerder te veranderen dan mijn begrip van trauma en het lichaam. Mijn hoofd had door de jaren heen allerlei overtuigingen opnieuw onderzocht, maar pas veel later begon ik te begrijpen dat het lichaam niet altijd even snel meegaat met wat je hoofd inmiddels weet.
Je kunt rationeel allang weten dat een oude overtuiging niet meer bij je past en toch schuld voelen. Je kunt weten dat iemand niet namens God jouw toekomst kan vervloeken en toch merken dat zo'n oude herinnering nog iets in je lichaam doet van angst en beven. Je kunt begrijpen dat je nee mag zeggen en alsnog spanning ervaren wanneer je daadwerkelijk een grens trekt.
In het volgende deel ga ik verder met de vraag waarom je hoofd allang anders kan denken, terwijl je lichaam nog reageert op wat het vroeger heeft geleerd. En precies daar gaat het volgende deel van deze serie over:
Je kunt de kerk verlaten, terwijl angst, schuld en oude geloofspatronen in je zenuwstelsel blijven doorwerken.
Verder lezen
Inge Bosscha – Mantel van angst
Als religie onderdrukt, beschadigt of traumatiseert. Over geloofsstress, kerkpijn en religieus trauma en over wat er kan gebeuren wanneer geloof, angst, macht en bescherming met elkaar verweven raken.
Jacob Slavenburg & Willem Glaudemans – De Nag Hammadi-geschriften
Een Nederlandse vertaling van de Nag Hammadi-teksten, voor wie niet alleen over deze geschriften wil lezen maar ook zelf wil onderzoeken wat erin staat.
Elaine Pagels – The Gnostic Gospels
Een toegankelijk boek over de Nag Hammadi-vondst, verschillende vroegchristelijke stemmen en de discussie over gezag en orthodoxie in de eerste eeuwen van het christendom.
Daarnaast vind ik het artikel Echtscheiding – Mag een man zijn vrouw verstoten? van Zwi Sadan interessant om naast Deuteronomium 24, Matteüs 19 en 1 Korintiërs 7 te lezen, niet als dé definitieve uitleg, maar juist als voorbeeld van wat er gebeurt wanneer je de Joodse context van Jezus weer meeneemt.
Over de boekenlinks op deze pagina
Mijn blogs kun je gratis lezen en staan bewust niet achter een betaalmuur, omdat ik het belangrijk vind om mijn ontwikkeling, visie, ervaringen en kennis op een laagdrempelige manier te delen.
Sommige links naar boeken op deze pagina zijn affiliate-links. Wanneer je via zo’n link een boek koopt, ontvang ik daarvoor een kleine vergoeding, voor jou verandert de prijs niet en je betaalt dus niets extra. Door een boek via één van deze links aan te schaffen, steun je indirect mijn werk en de tijd en aandacht die ik in het onderzoeken, schrijven en delen van deze blogs steek.
Wil je na het lezen verder verdiepen, begeleiding ontvangen in een individuele sessie of kennismaken met mijn programma Bedding?
Kijk dan verder op mijn website voor de mogelijkheden of neem contact met mij op.
Deel 3:Deel 3 Je kunt de kerk verlaten, maar daarmee heeft de kerk jouw zenuwstelsel nog niet verlaten
Praktijk Innersense Maurik
Anne Marie Appeldoorn
Geschreven op: 27-09-2026