Heilige huisjes en oude angst, wat religie met je kan doen.
Hoe angst, schuld en gehoorzaamheid zich kunnen vastzetten in je systeem en waarom je lichaam soms blijft reageren, ook als jij allang anders bent gaan geloven.
Met deze eerste blog in een serie over religieus trauma ga ik misschien een paar heilige huisjes omver schoppen, letterlijk en figuurlijk, en ik weet dat alleen het woord religieus trauma bij sommige mensen al weerstand kan oproepen.
Zeker wanneer geloof voor jou juist iets moois is, wanneer het je draagt, troost geeft en een belangrijke plek in je leven heeft, kan het misschien voelen alsof ik met deze blog iets aanval wat voor jou heilig is. Dat is niet mijn bedoeling.
Zelf begeleid ik nog maandelijks kerkdiensten als organiste, geloof, kerk en muziek zijn dus niet iets waar ik alleen maar van buitenaf naar kijk. Juist doordat ik zelf nog in die omgeving kom, merk ik hoe anders ik inmiddels luister naar de woorden die gezongen worden, naar de taal in liederen en naar wat bepaalde zinnen met mij doen. Liederen die ik vroeger gewoon speelde of meezong, hoor ik nu soms met andere oren, ik voel beter welke boodschap erin zit en wat die boodschap kan doen wanneer je daar als kind mee opgroeit.
Sommige woorden raken me nog steeds, soms op een mooie manier, soms omdat ik ineens besef hoeveel angst, gehoorzaamheid, schuld of onderwerping er ook in bepaalde taal kan zitten. Dat betekent niet dat ik alles afwijs, juist niet, maar ik ben wel anders gaan kijken en luisteren. Bewuster, met meer ruimte voor de vraag, wat doet dit eigenlijk met een mens, wat leert een kind hieruit over zichzelf, over God, over veiligheid, over schuld en over wat wel en niet gevoeld mag worden?
Ik schrijf dit niet om geloof te veroordelen, niet om kerken over één kam te scheren en ook niet om te zeggen dat religie traumatisch is. Ik schrijf dit omdat er ook een andere kant bestaat, een kant waar niet altijd gemakkelijk over gesproken wordt, juist omdat geloof zo persoonlijk en zo verweven kan zijn met wie je bent, met je familie, je opvoeding en de gemeenschap waarin je bent opgegroeid.
Misschien voel je tijdens het lezen weerstand, misschien denk je ergens, ja maar zo is geloof helemaal niet bedoeld, of zo heb ik het zelf nooit ervaren. Dat kan allemaal naast elkaar bestaan.
Mijn uitnodiging is dan ook om niet direct te stoppen bij die weerstand, maar om verder te lezen en te voelen wat er werkelijk wordt bedoeld.
Want religieus trauma gaat voor mij niet over de vraag of geloof goed of fout is, het gaat over wat er kan gebeuren wanneer angst, schuld, schaamte, gehoorzaamheid, dreiging of het niet mogen voelen van bepaalde emoties verweven raken met geloof.
En juist daar mag volgens mij meer bewustzijn over komen.
Niet om iemand zijn geloof af te nemen, maar om te kunnen herkennen wat bepaalde boodschappen met een mens, en vooral ook met een kind en zijn of haar zenuwstelsel, kunnen doen.
Soms denk je dat je iets allang achter je hebt gelaten, je gelooft misschien niet meer wat je vroeger geleerd is, je kijkt anders naar het leven, naar God en naar jezelf, met je hoofd weet je dat je vrij bent om je eigen keuzes te maken, maar toch kan je lichaam daar heel anders op reageren.
Een lied, een Bijbeltekst, iemand die zegt wat goed of fout is, een gesprek over geloof, een opmerking over schuld of vergeving, soms is er maar iets kleins nodig en ineens voel je spanning in je buik, verandert je ademhaling, word je kleiner, ga je jezelf uitleggen of aanpassen, terwijl je eigenlijk helemaal niets verkeerd doet.
Dat is wat religieus trauma kan doen.
Voor mij betekent religieus trauma niet dat geloof verkeerd is, geloof kan juist ontzettend veel troost, verbinding, houvast en betekenis geven, maar het wordt anders wanneer geloof verbonden raakt met angst, schuld, schaamte, gehoorzaamheid en het gevoel dat je niet helemaal jezelf mag zijn.
Wanneer je opgroeit met boodschappen als God ziet alles, je moet gehoorzamen, je mag niet boos zijn, je moet vergeven, je moet dankbaar zijn, dit hoort niet, dit is zondig, Gods wil geschiedde, dan luister je daar als kind niet alleen met je hoofd naar, je hele systeem luistert mee en neemt het serieus.
Daar kan ook een veel diepere angst onder zitten, angst voor de dood, angst voor de hel, angst voor oordeel, angst dat je iets verkeerd doet waardoor je niet goed genoeg bent, angst dat twijfel op zichzelf al gevaarlijk is, soms werd dat letterlijk gezegd, soms hing het gewoon in de sfeer, maar als kind voel je heel goed wanneer er iets groots op het spel lijkt te staan.
Gehoorzamen wordt dan niet alleen iets wat van je verwacht wordt, het kan onbewust verbonden raken met veiligheid, erbij horen, liefde krijgen, niet afgewezen worden en misschien zelfs met de vraag of het na je dood wel goed met je komt.
En als er iets heftigs gebeurt, verlies, ziekte, geweld, onrecht of verdriet, kan daar opnieuw zo’n laag overheen komen, Gods wil geschiedde, je moet het accepteren, je moet vertrouwen hebben, je mag niet twijfelen aan Gods plan, terwijl je misschien van binnen alleen maar boos, verdrietig, bang of machteloos bent.
Maar wat als je wél boos bent, wat als je iets totaal niet begrijpt, wat als iets zo oneerlijk voelt dat je alleen maar wilt schreeuwen waarom, wat als je helemaal geen rust vindt in de woorden dat het Gods wil was, maar juist meer pijn, meer verwarring en meer schuld voelt omdat je die woorden niet kunt aannemen?
Als daar geen ruimte voor is, leer je niet alleen je vragen in te slikken, maar soms ook je boosheid, je verdriet en je machteloosheid, want boos zijn op een mens is misschien al lastig, maar boos zijn op God kan voelen alsof je iets doet wat absoluut niet mag.
Juist daar raakt het voor mij aan het lichaam en aan het zenuwstelsel.
Je zenuwstelsel leert voortdurend, waar ben ik veilig, wanneer moet ik opletten, wanneer dreigt afwijzing, wanneer moet ik mezelf aanpassen, wat mag ik voelen en wat kan ik beter wegdrukken.
Misschien werd je heel goed in voelen wat een ander nodig had, slikte je boosheid weg, paste je je aan, probeerde je vooral het goede te doen, wilde je niemand teleurstellen en raakte je ondertussen steeds verder verwijderd van wat jij zelf voelde, van wat jij nodig had en van wat jouw grens eigenlijk was.
Van buiten kun je dan heel sterk, rustig, zorgzaam of gehoorzaam overkomen, terwijl er van binnen voortdurend spanning zit, een alertheid, een soort innerlijke controle die steeds vraagt of je het wel goed doet.
En dat stopt niet automatisch wanneer je ouder wordt of wanneer je anders over geloof gaat denken.
Je kunt met je hoofd allang weten dat je bepaalde overtuigingen niet meer hebt, dat je niet meer gelooft in een straffende God of in de hel zoals je die vroeger hebt leren kennen, maar je lichaam kan nog steeds reageren op die oude dreiging, alsof die regels ergens nog steeds gelden.
Je kunt schuld voelen wanneer je een grens stelt, spanning ervaren wanneer je nee zegt, bang worden wanneer iemand boos op je is, jezelf direct gaan uitleggen wanneer iemand je bevraagt, verstarren tijdens een conflict, moeite hebben met genieten, seksualiteit, aanraking of gewoon ruimte innemen.
Soms zit daar ook die oude doodsangst onder, niet alleen angst voor doodgaan, maar voor wat erna komt, voor oordeel, voor straf, voor de vraag of je wel goed genoeg hebt geleefd, terwijl je rationeel misschien allang weet dat je daar anders over denkt.
Dat is het bijzondere en soms ook frustrerende van dit soort patronen, je hoofd kan verder zijn dan je lichaam.
Trauma zit niet letterlijk als een pakketje emotie ergens in een spier opgeslagen, maar ons lichaam leert wel patronen, ons zenuwstelsel onthoudt wat ooit gevaar betekende en kan jaren later nog reageren op een stem, een bepaalde blik, een lied, een kerk, een Bijbeltekst, een geur, een gesprek of zelfs een bepaald gevoel in je eigen lichaam.
Je hartslag gaat omhoog, je buik trekt samen, je adem wordt oppervlakkiger, je schouders spannen aan, je wilt weg, je wordt boos, je gaat pleasen of je voelt juist helemaal niets meer.
Dat zijn geen bewuste keuzes, het zijn beschermingsreacties die ooit zijn ontstaan omdat jouw systeem dacht dat dit nodig was om veilig te blijven.
Daarom geloof ik ook dat herstel niet alleen zit in praten en begrijpen, je kunt precies weten waar iets vandaan komt, alles analyseren, begrijpen waarom je reageert zoals je reageert en toch merken dat je lijf iets anders doet.
Dan gaat het niet alleen meer over de vraag wat geloof ik nu eigenlijk, maar ook over wat voel ik, mag ik voelen wat ik voel, mag ik boos zijn, mag ik zelfs boos zijn op God, mag ik vragen stellen waar misschien geen antwoord op komt, mag ik bang zijn voor de dood zonder dat iemand mij vertelt dat ik meer vertrouwen moet hebben, mag ik nee zeggen zonder me daar schuldig over te voelen, mag ik een andere keuze maken zonder bang te zijn dat ik daar later voor gestraft word?
En misschien nog wel belangrijker, mag ik erop vertrouwen dat mijn lichaam mij iets probeert te vertellen, mag ik mijn eigen grens voelen, mag ik ruimte innemen, mag ik verdriet hebben over wat mij is overkomen zonder dat iemand daar meteen een betekenis of een bedoeling aan hoeft te geven?
Daar raakt religieus trauma voor mij aan lichaamsgericht werken, niet om iemand van zijn of haar geloof af te brengen en ook niet om te bepalen wat iemand wel of niet zou moeten geloven, maar juist om weer te leren voelen wat van jou is, wat je ooit hebt aangeleerd, waar je lichaam nog op reageert en wat jij nu nodig hebt om veiligheid te ervaren.
Soms begint dat heel klein, merken wat er in je adem gebeurt, voelen wat spanning met je lijf doet, herkennen wanneer je automatisch kleiner wordt, beseffen dat je boosheid er mag zijn zonder dat die je een slecht mens maakt, een grens uitspreken en ervaren dat de wereld niet instort, nee zeggen en daarna bij jezelf blijven.
Langzaam ontstaat er dan ruimte tussen wat je ooit geleerd hebt en wat je nu zelf kiest.
Voor mij gaat heling niet over alles afwijzen wat vroeger was en ook niet over geloof weggooien, het gaat over jezelf terugvinden binnen alles wat je hebt meegemaakt, zodat je opnieuw kunt voelen wat nog bij je past en wat niet meer.
Misschien blijft geloof een belangrijk deel van je leven, misschien verandert het, misschien laat je bepaalde overtuigingen los en houd je andere juist dichtbij, maar het verschil zit erin dat de keuze weer van jou wordt.
Niet vanuit angst voor straf, niet vanuit angst voor de hel, niet vanuit schuld, niet omdat je moet gehoorzamen of omdat iemand ooit heeft gezegd dat dit Gods wil is, maar omdat het werkelijk bij jou past.
En soms is je hoofd daar al lang aangekomen, terwijl je lichaam nog moet leren dat je nu wél mag voelen, wél mag vragen, wél boos mag zijn, wél mag kiezen en wél jezelf mag zijn.
Deel 2: Deel 2 Hebben we misschien maar één versie van het christendom geleerd?
Auteur:
Praktijk Innersense in Maurik, Anne Marie Appeldoorn