Kun je de Bron in jezelf voelen?

Over Source, Godsbewustzijn, Christusbewustzijn, de ziel, zelfliefde en de vraag waarom christelijke en spirituele taal soms zo ver uit elkaar lijken te liggen.

 

Jarenlang leerde ik vooral om God buiten mijzelf te zoeken, in de kerk, in de Bijbel, in gebed, in wat anderen mij vertelden dat goed of fout was en binnen de kaders waarin geloof beleefd mocht worden. God was groot, machtig en alwetend en de mens moest luisteren, gehoorzamen en vooral voorzichtig zijn met het vertrouwen op zijn eigen gevoel, juist daarom is misschien wel een van de grootste dingen die ik de afgelopen jaren heb geleerd iets wat eenvoudig klinkt, maar voor mij een enorme verschuiving betekende, namelijk werkelijk naar binnen keren, contact maken met mijn hart en mijn ziel, mijn lichaam voelen, gronden met de aarde, mij tegelijkertijd verbonden voelen met het grotere geheel, het universum en het leven om mij heen, en van daaruit pas weer naar buiten bewegen.

In spirituele kringen worden daar verschillende woorden voor gebruikt, Source, de Bron, Godsbewustzijn, Christusbewustzijn, hoger bewustzijn, verbinding met de ziel of leven in alignment. Binnen orthodox-protestantse, evangelische en pinksterkringen kunnen juist die woorden snel weerstand oproepen, terwijl binnen diezelfde christelijke stromingen gesproken wordt over de Heilige Geest die in mensen woont, Gods stem verstaan, innerlijke leiding, profetie, handoplegging, genezing, gebed en het ervaren van Gods aanwezigheid.

Dat contrast blijft mij bezighouden, want binnen reformatorische kringen kan aan het woord van de dominee veel gezag worden toegekend, juist omdat hij wordt gezien als een man van God, waardoor zijn uitleg of oordeel soms zwaarder kan wegen dan wat iemand zelf van binnen ervaart, voelt of probeert te begrijpen. Binnen evangelische en pinksterkringen ligt dat weer anders, daar is vaak juist veel ruimte voor het ervaren van Gods aanwezigheid, de Heilige Geest, innerlijke leiding, gebed, handoplegging en soms ook warmte of een diep innerlijk weten, maar zodra voor een vergelijkbare ervaring woorden worden gebruikt als Source, energie, zielsbewustzijn of innerlijk weten, kan diezelfde ervaring ineens als gevaarlijk, misleidend of occult worden bestempeld.

Ik vraag mij vooral af waarom we soms zo snel oordelen op basis van de woorden die iemand gebruikt, zonder eerst te luisteren naar wat iemand werkelijk bedoelt. Voor mij betekent Source namelijk niet dat ik mezelf als God zie, ook niet dat ik denk dat alles wat ik voel automatisch waarheid is, Source betekent voor mij juist de verbinding met mijzelf, met mijn ziel, mijn hart, mijn lichaam, de aarde onder mij en met het grotere geheel waarvan ik deel uitmaak.

Het contact met mijn ziel

Dat werkelijke contact met mijn ziel is misschien wel het grootste wat ik heb geleerd. Mijn hoofd en mijn ego zijn lange tijd heel groot geweest, mijn hoofd analyseerde, controleerde, keek vooruit, zocht naar oplossingen en probeerde te begrijpen waarom dingen gebeurden, mijn ego beschermde, hielp mij overeind te blijven, door te gaan wanneer dat nodig was. Ik zie mijn ego en mijn mind daarom ook niet als iets slechts wat vernietigd of weggewerkt moet worden, ook zij hebben een functie gehad en horen bij mij, maar ze hoeven niet meer altijd het hoogste woord te hebben.

Hoe meer ik leerde vertragen, ademen, mijn lichaam voelen, gronden en werkelijk aanwezig zijn bij wat er in mij gebeurt, hoe duidelijker ik het verschil begon te merken tussen angst, controle, bewijsdrang, oude pijn en dat veel zachtere weten dat vanuit mijn ziel lijkt te komen. Mijn hoofd kan hard praten, angst kan schreeuwen en mijn ego kan ontzettend overtuigend zijn, terwijl de ziel voor mijn gevoel juist veel zachter is, ze dringt zich niet op, ze jaagt niet, ze hoeft niemand te overtuigen en ze vertelt mij niet dat ik onmiddellijk iets moet doen omdat anders alles misgaat.

Voor mij fluistert de ziel en juist in dat zachte fluisteren ervaar ik de Bron in mij, de verbinding met Source.

En misschien is dat precies waarom ik haar zo lang nauwelijks kon horen.

Pas wanneer de ruis minder wordt, wanneer ik niet onmiddellijk reageer op iedere gedachte, angst of verwachting, ontstaat er ruimte om die zachtere laag te voelen. Soms is dat geen duidelijke zin of antwoord, soms is het alleen een gevoel van rust, een beweging in mijn lichaam, een weten zonder dat ik precies kan uitleggen waarom, maar hoe beter ik mijzelf heb leren kennen, hoe beter ik ook ben gaan onderscheiden welke stem er op dat moment spreekt.

Eerst naar binnen en dan pas naar buiten.

We zijn zo gewend om antwoorden buiten onszelf te zoeken, wat vindt de ander, wat zegt de kerk, de voorganger, de therapeut, coach, leraar of spiritueel begeleider, wat hoort, wat mag, wat is verstandig en wat verwachten anderen van mij. Ook binnen de spirituele wereld kan precies hetzelfde gebeuren, dan wordt de ene autoriteit simpelweg vervangen door de andere en zoek je alsnog voortdurend buiten jezelf naar iemand die vertelt wat jouw ziel nodig heeft.

Voor mij betekent Source juist het tegenovergestelde, eerst naar binnen gaan, mijn voeten voelen, mijn adem volgen, mijn lichaam bewonen, mijn aandacht naar mijn hart brengen, contact maken met mijn ziel en vanuit die plek pas kijken naar wat er buiten mij gebeurt.

Niet dat alles altijd rustig, perfect of mooi is, maar dat mijn hoofd, mijn lichaam, mijn hart, mijn ziel en mijn handelen steeds meer dezelfde richting kunnen vinden, dat ik niet van binnen heel duidelijk iets voel en vervolgens naar buiten toe het tegenovergestelde doe omdat ik bang ben iemand teleur te stellen, afgewezen te worden of niet begrepen te worden. Het betekent voor mij ook dat ik steeds sneller merk wanneer ik mezelf kwijt ben geraakt in mijn hoofd, in angst, in oude patronen of in de verwachtingen van anderen, en dat ik weer terug kan keren naar mezelf.

Niet alleen het licht.

Wat mij binnen de spirituele wereld ook steeds meer opvalt, is hoeveel nadruk er soms ligt op licht, liefde, positiviteit, hoge energie, een hoge frequentie, heling en het idee dat je steeds verder boven moeilijke emoties uit zou moeten stijgen. Voor mij is dat geen heelheid, want ook de donkerte in ons hoort erbij, verdriet, boosheid, jaloezie, schaamte, angst, machteloosheid, twijfel, pijn en de kanten van onszelf waar we liever niet naar kijken.

Wanneer je alleen het licht wilt voelen, bestaat het risico dat je opnieuw delen van jezelf wegduwt, alleen nu onder een spiritueel laagje. Voor mij zit werkelijke bewustwording juist in het kunnen toelaten van alles wat er is, licht én donker, kracht én kwetsbaarheid, liefde én boosheid, vertrouwen én angst, weten én niet weten, zonder dat het onmiddellijk weggewerkt, opgelost of veranderd hoeft te worden.

Soms is accepteren wat er is genoeg, soms hoort daar ook bij dat je accepteert wat er niet is.

Ik geloof inmiddels niet meer dat spiritualiteit betekent dat je uiteindelijk alleen nog maar liefdevol, rustig en positief bent, ik denk juist dat het gaat over heel worden, over alle delen van jezelf leren ontmoeten zonder jezelf telkens af te wijzen wanneer iets niet past bij het beeld van wie je denkt te moeten zijn.

Daar begint voor mij zelfliefde

Misschien is dat uiteindelijk waar echte zelfliefde begint, niet bij jezelf voortdurend vertellen dat je geweldig bent, niet bij jezelf boven een ander plaatsen en ook niet bij jezelf kleiner maken.

Ik ben niet de minste, ik ben niet de meeste, ik ben mezelf en dat is genoeg.

Voor mij zit daar enorm veel in, niet beter dan een ander, niet minder dan een ander, gewoon mens, met licht en donker, met kwaliteiten en blinde vlekken, met kracht en kwetsbaarheid, met een ego, een mind, emoties, oude pijn en een ziel die daaronder nog steeds aanwezig is.

Zelfliefde betekent voor mij daarom ook niet dat ik alleen van mezelf houd wanneer ik rustig, sterk, liefdevol of bewust ben, maar juist dat ik mezelf niet meer verlaat wanneer ik verdrietig ben, boos word, bang ben, onzeker ben of wanneer mijn hoofd weer eens overuren draait. Ik hoef niet alles van mezelf mooi te vinden om het wel te mogen erkennen, ik hoef niet ieder deel onmiddellijk te veranderen om mezelf toch te kunnen accepteren.

Voor mij wordt zelfliefde ook zichtbaar in het dagelijks leven, in grenzen stellen, niet meer automatisch aanpassen, niet steeds over mijn eigen gevoel heen stappen om het voor een ander prettig te maken en niet langer overal ja op zeggen terwijl ik vanbinnen eigenlijk nee voel. Soms betekent zelfliefde dat ik een ander teleurstel om mezelf niet opnieuw te verlaten, dat ik nee zeg zonder daar een heel verhaal of uitgebreide verantwoording bij te hoeven geven, dat ik afstand neem van iets wat niet goed voelt of stop met mezelf kleiner maken om ergens bij te blijven horen. Juist daarin merk ik hoe belangrijk het is om eerst naar binnen te luisteren, want hoe beter ik voel wat er in mij gebeurt, hoe duidelijker mijn grenzen worden en hoe minder ik mezelf hoef aan te passen aan wat een ander van mij verwacht.

Juist wanneer ik minder tegen mezelf vecht, wordt het stiller, en wanneer het stiller wordt, hoor ik mijn ziel beter.

Christusbewustzijn en Godsbewustzijn

In spirituele kringen wordt ook regelmatig gesproken over Christusbewustzijn en Godsbewustzijn, vaak als woorden voor liefde, compassie, eenheid, verbondenheid, leven vanuit het hart of het besef dat we deel zijn van iets groters. Binnen christelijke kringen kan vooral het woord Christusbewustzijn gevoelig liggen, omdat Christus daar niet wordt gezien als een bewustzijnstoestand maar als Jezus Christus, en dat verschil vind ik belangrijk om niet zomaar weg te poetsen.

Tegelijk vind ik het interessant om te kijken naar wat mensen met die woorden proberen uit te drukken. Wanneer iemand binnen een evangelische of pinkstergemeente zegt dat Christus in hem leeft, dat de Heilige Geest in hem woont of dat hij zich van binnen geleid voelt door God, wordt daar ook gesproken over een innerlijke relatie met het goddelijke. Wanneer iemand in een spirituele omgeving spreekt over Godsbewustzijn, Christusbewustzijn of Source kan daar een heel andere theologie achter zitten, maar de ervaring van liefde, verbondenheid, innerlijke leiding of een diepe stilte kan soms opvallend vergelijkbaar worden beschreven.

Dat betekent voor mij niet dat alle religies, tradities of ervaringen hetzelfde zijn, maar wel dat ik voorzichtig ben geworden met onmiddellijk oordelen over een ervaring omdat iemand daarvoor een ander woord gebruikt dan ik gewend ben.

De Bron in mij

Voor mij betekent Source uiteindelijk niet een licht buiten mij dat alle donkerte moet laten verdwijnen, niet een stem die mij boven anderen plaatst en ook geen vlucht uit het menselijke leven, maar juist steeds dieper landen in mezelf, contact maken met mijn ziel, luisteren naar haar fluisteren, voelen wat mijn hart aangeeft, aanwezig zijn in mijn lichaam, gronden met de aarde en mij tegelijkertijd verbonden voelen met het grotere geheel.

Mijn ego hoeft niet weg, mijn mind hoeft niet uitgeschakeld te worden, mijn donkerte hoeft niet verstopt en mijn licht hoeft niet groter gemaakt te worden dan het is. Alles mag aanwezig zijn, en juist doordat ik minder hoef te vechten tegen wat er in mij bestaat, ontstaat er ruimte om te onderscheiden wat werkelijk van mij is, wat oude angst is, wat bescherming is en wat vanuit die diepere laag in mij komt.

Overgave en vertrouwen

En misschien komt daarna nog wel het moeilijkste stuk, overgave, want naar binnen keren, je ziel leren horen en contact maken met de Bron betekent voor mij uiteindelijk ook dat ik niet alles meer hoef vast te houden, te controleren, vooruit te rekenen of zeker te weten voordat ik durf te bewegen. Mijn hoofd wil graag begrijpen waar iets naartoe gaat, waarom iets gebeurt, wat de uitkomst wordt en hoe ik ervoor kan zorgen dat ik niet opnieuw pijn krijg, terwijl mijn ziel veel vaker vraagt om aanwezig te blijven bij wat er nu is en te vertrouwen dat ik niet alles van tevoren hoef te weten.

Overgave betekent voor mij niet passief worden, alles maar laten gebeuren of geen verantwoordelijkheid meer nemen, het betekent juist dat ik doe wat van mij is, voel wat van mij is, keuzes maak die voor mij kloppen en vervolgens ook durf los te laten wat ik niet kan beheersen. Niet blijven trekken aan iets wat niet beweegt, niet voortdurend proberen een uitkomst af te dwingen en niet ieder stil moment vullen met nieuwe scenario’s omdat niet weten ongemakkelijk voelt.

Daar raakt overgave voor mij ook aan vertrouwen, vertrouwen in mezelf, in mijn lichaam, in mijn ziel, in het leven en in iets wat groter is dan ik volledig kan bevatten. Binnen het christendom zou iemand misschien spreken over vertrouwen op God en je leven in Zijn handen leggen, binnen spirituele kringen wordt eerder gesproken over vertrouwen op Source, het universum of de stroom van het leven, voor mij zit daar opnieuw een interessante overeenkomst in, namelijk het besef dat we niet alles kunnen sturen en dat er momenten zijn waarop we alleen kunnen luisteren, voelen, handelen waar dat nodig is en daarna loslaten.

Dat vertrouwen is voor mij niet hetzelfde als geloven dat alles altijd goed zal gaan, dat er nooit meer pijn komt of dat het leven precies zal verlopen zoals ik hoop, het is eerder het vertrouwen dat ik mezelf niet meer hoef te verlaten wanneer iets anders loopt dan verwacht, dat ik terug kan keren naar mijn lichaam, mijn hart en mijn ziel, ook wanneer ik het antwoord niet weet. Misschien is dat wel een van de grootste vormen van veiligheid die ik inmiddels in mezelf heb leren vinden, niet de garantie dat er niets gebeurt, maar het weten dat ik bij mezelf kan blijven wanneer het wel gebeurt.

Hoe meer ik die verbinding voel, hoe minder ik alles buiten mij nodig heb om mij zekerheid te geven, ik kan luisteren naar anderen zonder mezelf kwijt te raken, ik kan advies ontvangen zonder mijn eigen innerlijke stem meteen weg te geven en ik kan ruimte laten voor het onbekende zonder dat mijn hoofd elk gat hoeft dicht te denken.

Voor mij ligt daar uiteindelijk ook de verbinding tussen Source, de ziel, alignment, zelfliefde, overgave en vertrouwen, eerst thuiskomen in mezelf, voelen wat er werkelijk aanwezig is, mijn licht en mijn donkerte toelaten, luisteren naar het fluisteren van mijn ziel, doen wat voor mij klopt en daarna niet alles meer hoeven vasthouden.

 

 

Hoe ik nu naar geloof kijk

Ik heb het geloof niet achter mij gelaten, maar mijn verhouding ermee is wel veranderd. Waar ik vroeger vooral leerde wat ik moest geloven, wat goed en fout was en welke uitleg als waarheid gold, ben ik nu veel meer gaan onderzoeken, voelen en vragen stellen. Ik kijk anders naar de Bijbel, naar kerkelijke tradities en naar de manier waarop geloof door verschillende christelijke stromingen wordt uitgelegd, niet omdat ik alles wil afwijzen, maar omdat ik niet meer automatisch aanneem dat één uitleg, één kerk of één voorganger de volledige waarheid in handen heeft.

Ik geloof nog steeds dat er iets groters is dan wijzelf, alleen ervaar ik dat niet meer uitsluitend als iets buiten mij, ergens boven mij of alleen bereikbaar via een kerk, voorganger of bepaalde geloofstaal. Voor mij kan de verbinding met God, de Bron of Source juist ook van binnen voelbaar worden, in stilte, in mijn hart, in het contact met mijn ziel, in mijn lichaam, in de natuur en in momenten waarop ik werkelijk aanwezig ben. Ik hoef daar niet altijd direct een naam of verklaring aan te geven, soms is ervaren genoeg.

Ik ben daardoor ook minder bang geworden voor vragen. Ik hoef niet meer onmiddellijk te weten of iets christelijk, spiritueel, religieus of iets anders genoemd moet worden, ik wil eerst begrijpen wat iemand werkelijk bedoelt, wat een ervaring met iemand doet en wat eruit voortkomt. Brengt het meer liefde, vrijheid, verantwoordelijkheid, zachtheid en verbondenheid, of juist angst, controle, afhankelijkheid en oordeel? Voor mij zegt dat inmiddels veel meer dan alleen het label dat erop wordt geplakt.

Dat betekent ook dat ik niet meer wil geloven vanuit angst, niet vanuit de angst om verkeerd te denken, verkeerd te voelen, naar de hel te gaan, God teleur te stellen of buiten een bepaald kader te vallen. Een geloof dat alleen overeind blijft wanneer ik mijn vragen moet onderdrukken, mijn eigen ervaring moet wantrouwen of delen van mezelf moet afwijzen, voelt voor mij niet meer als een geloof waarin ik werkelijk vrij kan zijn.

Ik kan tegenwoordig in een kerk zitten, een lied spelen of een Bijbeltekst horen en daar iets anders in ervaren dan vroeger, niet omdat alles ineens zijn betekenis heeft verloren, maar juist omdat ik er met andere ogen naar kijk. Ik kan schoonheid voelen zonder alles letterlijk te hoeven aannemen, geraakt worden zonder direct een dogmatische verklaring nodig te hebben en kritisch blijven zonder daarmee alles af te wijzen.

Misschien is dat wel de grootste verandering, vroeger zocht ik naar zekerheid buiten mijzelf, nu durf ik steeds meer te leven met vragen, te onderzoeken, te voelen, mijn verstand te gebruiken én mijn ziel te blijven horen. Geloof is voor mij daardoor minder een systeem geworden waarin ik precies moet weten wat waar is en meer een levende zoektocht naar verbinding, met mezelf, met anderen, met de aarde, met het grotere geheel en met dat wat ik God, de Bron of Source kan noemen.

Ik hoef niet meer te kiezen tussen geloven en voelen, tussen God en mijn ziel, tussen mijn verstand en mijn innerlijke weten, ik mag onderzoeken hoe die verschillende lagen zich tot elkaar verhouden, zonder mezelf in een nieuw hokje te hoeven plaatsen. Misschien weet ik daardoor minder zeker dan vroeger hoe alles precies zit, maar ik voel mij tegelijkertijd dichter bij mezelf, en juist daarin ervaar ik meer vertrouwen, meer rust en misschien ook wel meer geloof dan toen ik vooral probeerde te geloven wat mij verteld werd.

k weet ook dat sommige christenen hier anders naar zullen kijken, voor sommigen zal ik misschien “van God los” zijn, occult bezig zijn of op het verkeerde pad zitten, en waarschijnlijk zullen er mensen zijn die mij opnieuw willen vertellen dat ik God nodig heb, dat Jezus de enige Redder is of dat ik terug moet naar hoe het geloof volgens hen bedoeld is. Dat mogen zij geloven, maar die preken heb ik niet nodig. Ik heb jarenlang binnen die taal en overtuigingen geleefd, ik ken de Bijbel, ik ken de argumenten en ik weet wat er binnen verschillende christelijke kringen over dit soort onderwerpen wordt gezegd, mijn keuzes komen niet voort uit onwetendheid, maar juist uit jarenlang zoeken, ervaren, onderzoeken en opnieuw leren voelen.

Mijn pad hoeft daarom ook niet door iedereen begrepen, goedgekeurd of bevestigd te worden, net zoals ik een ander niet hoef te overtuigen van hoe ik het zie. Voor mij zit respect juist in elkaar die ruimte geven, zonder elkaar te willen redden, bekeren of terugduwen in een overtuiging die voor de ander niet meer past. Je mag anders geloven dan ik, je mag mijn woorden zelfs moeilijk vinden, maar ik hoef mezelf niet meer te verdedigen om te mogen voelen, onderzoeken en geloven op een manier die voor mij klopt.

Ik ben niet van God losgeraakt, ik ben vooral losgeraakt van de angst dat iemand anders voor mij zou moeten bepalen hoe mijn verbinding met God of de Bron eruit hoort te zien.