Informatie
Handoplegging, visioenen en energie in mijn handen: Een gave van God of occult?
Over handoplegging, beelden, hooggevoeligheid, Reiki en de vraag waarom we zo snel veroordelen wat we niet begrijpen.
In een eerdere deel van deze blogserie schreef ik al over energie in de Bijbel, over handoplegging, genezing, kracht, aanraking en zalving met olie, omdat ik steeds meer ben gaan ontdekken dat sommige ervaringen die tegenwoordig snel onder spiritualiteit of occultisme worden geplaatst helemaal niet zo vreemd zijn wanneer je daadwerkelijk leest wat er in de Bijbel staat. In Markus 6 worden zieken met olie gezalfd en genezen, Jakobus schrijft dat de oudsten voor zieken moeten bidden en hen met olie mogen zalven, Paulus legt in Handelingen 28 zijn handen op een zieke man en in Markus 5 merkt Jezus zelfs dat er kracht van Hem is uitgegaan wanneer een vrouw Hem aanraakt. Daarmee zeg ik niet dat iedere vorm van energetisch werken hetzelfde is als Bijbelse handoplegging, maar het maakt voor mij wel een vraag steeds groter: waarom accepteren we kracht, aanraking, handoplegging en bijzondere waarnemingen wanneer ze in de Bijbel staan, maar wordt iets vergelijkbaars wat iemand vandaag ervaart zo snel occult, duister of van de duivel genoemd?
Voor mij is die vraag heel persoonlijk, omdat ik al als kind warmte en energie in mijn handen voelde, lang voordat ik wist wat Reiki was en lang voordat ik woorden kende als energetisch lichaamswerk, hooggevoeligheid of zenuwstelselregulatie. Wanneer iemand pijn had en ik mijn handen op die plek legde, werden mijn handen warm en gebeurde het regelmatig dat iemand zei dat de pijn minder werd, ook merkte ik dat mensen tijdens gesprekken rustig werden en zich soms gemakkelijker openstelden. Alleen zat daar voor mij ook een andere kant aan, terwijl de ander opgelucht of rustiger naar huis ging, kon ik daarna zelf volledig leeg zijn, verdriet voelen dat ik daarvoor niet had, angst of spanning ervaren of nog dagen rondlopen met iets waarvan ik heel sterk voelde dat het niet van mij was.
Juist daar liep ik jarenlang tegenaan, want binnen de christelijke kringen waarin ik opgroeide kreeg ik eigenlijk geen antwoord op de vraag hoe ik daarmee om moest gaan. Niemand kon mij uitleggen hoe ik iemand nabij kon zijn zonder zijn pijn mee te nemen, hoe ik onderscheid kon maken tussen mijn eigen emoties en wat ik bij iemand anders voelde, hoe ik ervoor kon zorgen dat ik niet dagenlang bleef dragen wat tijdens een gesprek of aanraking naar boven was gekomen. Zodra het woord energie erbij kwam, was het antwoord veel sneller gegeven: pas daarmee op, dat is occult.
Maar daarmee hield mijn ervaring natuurlijk niet op, ik voelde nog steeds wat ik voelde, alleen kwam er nu ook angst bij.
Handoplegging, olie en kracht staan gewoon in de Bijbel
Dat is achteraf misschien wel een van de dingen die mij het meest is gaan verbazen, want wanneer je teruggaat naar de Bijbel, staat handoplegging daar helemaal niet ergens verborgen in een voetnoot, het komt op verschillende plaatsen terug. Ook zalving met olie, genezing, profetie, visioenen en het ontvangen van geestelijke gaven zijn geen vreemde onderwerpen.
Zelfs binnen de huidige Protestantse Kerk in Nederland bestaat een officiële orde voor zegening en zalving van zieken, waarbij handoplegging en oliezalving expliciet worden genoemd. Het Dienstboek beschrijft bovendien dat op protestants terrein, mede onder invloed van Luther en Calvijn, lange tijd weinig of geen aandacht was voor ziekenzalving en dat de vervreemding ervan groot is gebleven, terwijl tegelijkertijd wordt erkend dat handoplegging en zalving Bijbelse wortels hebben. Luther wees handoplegging zelf overigens niet af, maar had vooral bezwaar tegen de manier waarop van de ziekenzalving een sacrament was gemaakt.
Dat vind ik interessant, want het laat zien dat wat veel mensen als vanzelfsprekend “niet protestants” of zelfs verdacht hebben leren zien, niet hetzelfde is als zeggen dat het niet Bijbels is. Er zit ook een geschiedenis van kerkelijke traditie, interpretatie en ontwikkeling tussen.
En juist daardoor ben ik mij steeds vaker gaan afvragen: Als deze dingen in de Bijbel staan, wie zijn wij dan om iemand die iets vergelijkbaars ervaart zonder verder onderzoek te vertellen dat het occult moet zijn?
Soms kwamen er ook beelden
Er gebeurde bij mij namelijk nog iets waar ik lange tijd helemaal geen woorden voor had, tijdens handoplegging of tijdens een intens gesprek kon er ineens een beeld, gevoel of sterke indruk bij mij opkomen. Soms ging dat over onveiligheid, geweld, mishandeling, angst of verdriet dat iemand met zich meedroeg.
Ik wil daar zorgvuldig mee omgaan, want een beeld dat bij mij opkomt is voor mij nooit automatisch een bewezen feit, ik wil niemand vertellen dat iets gebeurd móét zijn omdat ik een beeld krijg, en al helemaal geen herinneringen invullen voor een ander. Wat ik wel kan doen is benoemen dat er iets bij mij opkomt en voorzichtig vragen of iemand daar iets in herkent.
Soms ontstond juist daardoor een gesprek waarin iemand ineens vertelde over iets wat jarenlang nauwelijks ruimte had gekregen, over mishandeling, geweld, angst, verlies of verdriet dat nog steeds werd meegedragen. Dan gaat het voor mij helemaal niet over iets spectaculairs of over “Kijk eens wat ik kan”, het ging over de persoon tegenover mij die eindelijk woorden kon geven aan iets wat nog pijn deed, kon huilen om iets waarvoor jarenlang geen ruimte was geweest, ging begrijpen waarom bepaalde situaties zoveel angst opriepen of begon te zien waarom dezelfde destructieve patronen steeds opnieuw terugkwamen.
Soms hielp zo'n inzicht iemand om grenzen te gaan stellen of uit een gewelddadige of destructieve situatie te stappen, soms ging het helemaal niet om grote veranderingen maar alleen om eindelijk te kunnen voelen: dit heeft mij pijn gedaan, dit verdriet is er nog, en ik hoef het niet langer weg te drukken.
Ook daarvoor begon ik later parallellen in de Bijbel te zien. Paulus schrijft in 1 Korintiërs 12 over gaven van wijsheid, kennis, genezing, profetie en onderscheiding, in 1 Korintiërs 14 wordt gesproken over wat in het hart verborgen ligt dat zichtbaar kan worden, in Handelingen 9 krijgt Ananias in een visioen informatie over Saulus en gaat hij daarna naar hem toe om hem de handen op te leggen, en in Johannes 4 benoemt Jezus bij de Samaritaanse vrouw zaken uit haar leven die zij Hem niet eerst uitgebreid heeft verteld.
Dat betekent niet dat iedere indruk, ieder beeld of ieder gevoel automatisch van God afkomstig is, net zo min als iedere gedachte die in ons hoofd opkomt een goddelijke boodschap is, maar het betekent óók dat beelden, visioenen, innerlijke kennis, onderscheid en handoplegging op zichzelf helemaal niet vreemd zijn aan de Bijbel.
Waarom zou alleen het ervaren daarvan vandaag dan voldoende zijn om iemand occult te noemen?
Wat ik miste was vooral uitleg over hoe ik hiermee om kon gaan
Dat is misschien wel de belangrijkste kern van deze blog, want ik was helemaal niet op zoek naar een andere religie of naar een verklaring waarmee ik mezelf bijzonder kon maken, ik wilde vooral weten hoe ik gezond kon omgaan met wat ik voelde.
De term HSP kent inmiddels bijna iedereen, ook binnen christelijke kringen wordt gesproken over mensen die gevoeliger zijn voor prikkels, sfeer snel aanvoelen, emoties van anderen sterk registreren en na intensief contact meer tijd nodig hebben om weer tot zichzelf te komen. In gewone taal zeggen we ook heel gemakkelijk: “ik voel de spanning hier”, “die persoon kost mij enorm veel energie”, “ik neem alles van anderen over” of “ik voel meteen wanneer er iets met iemand is”.
Maar wat als je dat zo sterk ervaart dat je na een gesprek nog dagen uit balans bent, wat als je verdriet voelt dat er voor het gesprek niet was, wat als iemand tijdens jouw aanraking tot rust komt terwijl jij daarna volledig leegloopt, wat als je heel duidelijk lichamelijk voelt dat er bij een ander angst of pijn zit, of wanneer tijdens handoplegging ineens een beeld opkomt dat later aansluit bij iets wat iemand daadwerkelijk heeft meegemaakt?
Daar kreeg ik binnen de christelijke kringen die ik kende geen praktisch antwoord op, behalve dat ik er vooral niet mee bezig moest zijn omdat het occult zou zijn.
Maar hoe blijf je weg van iets wat je al ervoer toen je nog niet eens wist hoe het heette en hoe ermee om te gaan?
Wat Reiki mij uiteindelijk wél leerde
Pas veel later kwam Reiki op mijn pad. Niet om mij te leren dat ik energie in mijn handen had, want dat wist ik uit mijn eigen ervaring allang, en ook niet omdat ik op zoek was naar een nieuwe geloofsovertuiging. Wat ik daar vooral leerde, was iets waar ik jarenlang geen antwoord op had gekregen: hoe ik meer bij mijzelf kon blijven.
Ik leerde voelen waar ik zelf begon en de ander eindigde, ik leerde aanwezig te blijven zonder automatisch alles wat ik bij iemand voelde mee te nemen, ik leerde dat ik iemand kan helpen zonder zijn verdriet te hoeven dragen en dat ik niet verantwoordelijk ben voor iedere emotie die bij een ander naar boven komt, of dit weg te nemen en dit dagenlang zelf te blijven dragen. Waar ik vroeger na een intens gesprek of toevallige handoplegging dagenlang van slag kon zijn, leerde ik steeds beter om terug te keren naar mijn eigen lichaam, mijn eigen grens en mijn eigen rust. Dat ik mij er ook voor kan afsluiten als ik zelf niet lekker in mijn vel zit.
Dat is voor mij de belangrijkste betekenis van Reiki geweest, niet dat Reiki mij een gave heeft gegeven die ik daarvoor niet had, maar dat ik eindelijk handvatten kreeg om met mijn gevoeligheid om te gaan.
Reiki leerde mij niet om méér van andere mensen over te nemen, maar juist om minder over te nemen.
En misschien is dat precies waarom het mij zo heeft verbaasd dat het oordeel daarover vanuit sommige christelijke kringen zo snel klaar kon zijn, want juist waar ik jarenlang had gehoord dat ik er ver vandaan moest blijven, leerde ik uiteindelijk beter begrenzen, minder dragen wat van een ander was en stabieler bij mijzelf blijven.
Reiki is daarin voor mij niet het geloof geworden
Ook dat vind ik belangrijk om duidelijk te zeggen, omdat rond Reiki soms wordt gedaan alsof je daarmee automatisch een compleet spiritueel wereldbeeld overneemt. Zo ervaar ik het niet.
Mikao Usui, de Japanse grondlegger van het systeem dat later bekend werd als Usui Reiki Ryōhō, leefde van 1865 tot 1926 en ontwikkelde zijn methode in een Japanse spirituele en culturele context. In het Westen ontstond later het verhaal dat Usui een christelijke priester of theoloog zou zijn geweest en gezocht zou hebben naar de wijze waarop Jezus genas, maar voor die christelijke levensgeschiedenis bestaat geen overtuigende historische onderbouwing.
Ik hoef Usui ook niet christelijk te maken om te kunnen zeggen dat ik door Reiki iets bruikbaars heb geleerd over mijn eigen grenzen, aandacht en gevoeligheid.
Voor mij is juist dat onderscheid belangrijk, omdat de vraag niet hoeft te zijn of ik Reiki tot geloofsovertuiging moet verheffen, de vraag is wat ik ervan heb geleerd en hoe ik dat toepas.
En toen ontdekte ik dat christelijke kerken hier zelf heel verschillend mee omgaan
Misschien is dat nog wel een van de grootste eyeopeners geweest, want dé christelijke visie op handoplegging, genezing, zalving, visioenen of geestelijke gaven bestaat helemaal niet.
In de protestants-gereformeerde omgeving waarin ik ben opgegroeid waren dit soort onderwerpen grotendeels naar de achtergrond verdwenen en sommige ervaringen werden al snel verdacht gevonden. De geschiedenis helpt een deel daarvan te verklaren, want binnen de protestantse traditie ontstond na de Reformatie grote afstand tot onder andere de ziekenzalving, terwijl de Protestantse Kerk tegenwoordig zelf weer een officiële liturgie kent waarin ziekenzalving en handoplegging een plaats hebben.
Toen ik later kennismaakte met de Koptisch-Orthodoxe Kerk, ontdekte ik een christelijke wereld waarin aanraking, zalving, olie, lichamelijke rituelen en het verwachten van Gods helende aanwezigheid helemaal niet op dezelfde manier waren verdwenen. Binnen de officiële Koptisch-Orthodoxe traditie bestaat zelfs het sacrament van de ziekenzalving, waarin gebed, olie en handoplegging met elkaar verbonden worden.
Mijn persoonlijke ervaring daar ging voor mij nog verder dan alleen wat er officieel in een kerkboek staat, ik ervoer dat er veel minder kramp zat op aanraking en op wat er tijdens zo'n ontmoeting kon gebeuren, ik heb ook ervaren dat iets niet eerst in een uitgebreide gebedsgenezingsdienst gegoten hoefde te worden voordat aanraking of een helende ervaring ruimte mocht krijgen. Dat is mijn persoonlijke ervaring en niet hetzelfde als zeggen dat de officiële Koptische liturgie zonder gebed werkt, want juist het sacrament van de ziekenzalving kent uitgebreide gebeden.
Aan de andere kant kwam ik evangelische en pinksterchristelijke stromingen tegen waarin genezing, profetie en handoplegging juist heel nadrukkelijk wél een plaats krijgen en als geestelijke gaven worden gezien, wordt goddelijke genezing expliciet als onderdeel van het geloof beschreven en wordt verwezen naar het opleggen van handen en gebed voor zieken.
En daar merkte ik persoonlijk weer een andere weerstand.
Want waar ik in gereformeerde kring soms ervoer dat bijna alles wat hiermee te maken had werd weggedrukt of verdacht gemaakt als occult, zie ik in sommige evangelische gebedsgenezingsdiensten juist het andere uiterste, luid gebed, geroep, sterke emoties, mensen die op podia naar voren worden gehaald en een sfeer waarin het voor mij soms meer als een complete show voelde dan als iets intiems tussen mensen. Dat is niet hoe ik wil werken.
Ik heb geen behoefte om iets te bewijzen, ik hoef niemand te laten zien dat ik een bijzondere gave zou hebben en ik hoef al helemaal niet dat iemand afhankelijk wordt van mij omdat ik zogenaamd iets kan wat hij zelf niet kan en ik verheerlijkt wordt als een gave van God gekregen.
Ik werk liever in de luwte
Misschien is dat uiteindelijk wel de plek waar ik zelf ben uitgekomen, ergens tussen het volledig ontkennen van dit soort ervaringen en het groot maken ervan. Ik werk liever in de luwte, gewoon met de persoon die voor mij zit.
Iemand helpen om weer terug te komen bij zichzelf, om het eigen lichaam opnieuw te voelen, spanning op te merken voordat die volledig overneemt, emoties niet alleen te begrijpen met het hoofd maar ook te durven ervaren in het lichaam, te voelen waar verdriet zit, waar angst wordt vastgehouden, waar een grens eigenlijk al veel eerder werd overschreden. En hoe ze het zenuwstelsel kunnen reguleren.
Voor mij gaat het steeds minder over de vraag welk etiket we daarop moeten plakken en steeds meer over de verbinding tussen lichaam en geest.
Want een mens bestaat niet alleen uit gedachten, wat we meemaken doet ook iets met ons lichaam, met onze ademhaling, onze spierspanning, onze alertheid en de manier waarop we reageren wanneer iets opnieuw onveilig voelt. Soms weet het hoofd allang dat een situatie voorbij is terwijl het lichaam nog steeds reageert alsof het gevaar ieder moment terug kan komen.
Daar probeer ik bij te helpen.
Niet door tegen iemand te zeggen wat hij moet voelen, niet door te beweren dat ik iemand genees en ook niet door van een beeld dat bij mij binnenkomt een absolute waarheid te maken, maar door aanwezig te zijn, te benoemen wat ik opmerk, vragen te stellen, ruimte te geven aan wat er in het lichaam gebeurt en iemand steeds weer terug te brengen naar zichzelf.
Misschien is juist daarom mijn vraag aan christenen in de loop der jaren veranderd. Mijn vraag is daarom niet:
“Kunnen jullie mij bewijzen dat dit van God komt?”
Mijn vraag is veel eenvoudiger en tegelijk veel persoonlijker: Hoe kun je mij direct veroordelen en zeggen dat wat ik ervaar occult is en niet van God kan komen, terwijl je niet eens werkelijk hebt onderzocht wat er gebeurt, wat het met mensen doet en terwijl vergelijkbare ervaringen ook in de Bijbel worden beschreven?
Hoe kun je zo stellig zeggen: “Dit is duister, dit is occult, dit kan niet van God zijn,” wanneer handoplegging, visioenen, beelden, genezing, kracht, zalving en geestelijke gaven gewoon in diezelfde Bijbel voorkomen?
Als dezelfde Bijbel spreekt over handoplegging, zalving met olie, genezing, kracht die van iemand uitgaat, profetie, visioenen, kennis en geestelijke gaven, waarom zou een christen dan zonder werkelijk te onderzoeken wat iemand ervaart meteen mogen zeggen: Dit is occult, dit is duister, dit kan niet van God zijn?
Tegelijkertijd hoef ik ook niet naar het andere uiterste en alles wat bijzonder voelt onmiddellijk een gave van God te noemen, ook dat vind ik te gemakkelijk.
Misschien zit werkelijk onderscheiden juist ergens in het midden, niet verbannen omdat we bang zijn voor wat we niet kennen, maar het ook niet op een podium zetten omdat we graag iets bovennatuurlijks willen laten zien.
Kijken naar wat er werkelijk gebeurt, wat het met iemand doet en waar het toe leidt.
Wordt iemand afhankelijker of juist vrijer, raakt iemand verder van zichzelf verwijderd of komt iemand juist meer in contact met het eigen lichaam en de eigen grenzen, zorgt het voor angst en verwarring of helpt het iemand om pijn onder ogen te zien, emoties te doorvoelen, patronen te begrijpen en verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven?
Voor mij hoeft dat niet met geschreeuw, grote woorden of een zaal vol mensen erbij.
Soms gebeurt het belangrijkste juist heel stil, wanneer iemand eindelijk durft te voelen wat jarenlang werd weggeduwd, wanneer verdriet er even mag zijn, wanneer het lichaam ontspant, wanneer iemand ontdekt dat hij niet opnieuw in hetzelfde geweld hoeft te blijven staan, of wanneer iemand voor het eerst werkelijk voelt: dit is van mij, dat is van jou, en ik hoef jouw pijn niet langer mee naar huis te nemen.
Daar ligt voor mij inmiddels veel meer de essentie.
Volgende blog: Deel 11 Numerologie in de Bijbel, toeval of meer?
Praktijk Innersense Mauriik
Anne Marie Appeldoorn